woensdag 26 april 2017

Kinderrechten, VN verdrag mensen met een beperking, passend onderwijs, richtlijnen en handreikingen

Omdat we nog even moeten wachten tot 12 mei, voordat Simea gaat toelichten waarom de handreiking over de inzet gebarentolken in de richtlijn is opgenomen, hebben wij tijd om dingen wat verder uit te zoeken. Wij willen graag weten wat de gevolgen zijn van dit soort handreikingen.

Over kinderen en onderwijs en de rechten die zij hebben is veel beschreven. In de kinderrechten staat in artikel 28 en artikel 29 beschreven wat de rechten zijn als het gaat om onderwijs voor alle kinderen in Nederland.

Ondanks deze wetten bevonden veel kinderen met een beperking zich nog steeds in een achtergestelde positie, waardoor zij niet volwaardig aan de samenleving konden meedoen. Zo kwam het voor dat kinderen met een beperking vanwege hun beperking niet werden toegelaten op scholen.

Vorig jaar is het VN Verdrag voor mensen met een beperking in werking getreden. In het verdrag staan geen nieuwe rechten. Wel geeft het verdrag een verdere uitwerking van de verplichtingen die de regering al heeft op grond van bestaande mensenrechtenverdragen. In de praktijk bleek namelijk dat deze verdragen niet genoeg handvatten boden om de specifieke belemmeringen van personen met een beperking weg te nemen. 

Het verdrag geldt ook voor onze kinderen namelijk:

Personen met een handicap omvat personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving. 


Over onderwijs staat het volgende:

De Staten die Partij zijn erkennen het recht van personen met een handicap op onderwijs. Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren ... nemen maatregelen die waarborgen dat het onderwijs plaatsvindt in de talen en met de communicatiemethoden en - middelen die het meest geschikt zijn voor de desbetreffende persoon en in een omgeving waarin hun cognitieve en sociale ontwikkeling worden geoptimaliseerd.

Allemaal prachtig. Dus dove en slechthorende kinderen maar ook volwassen hebben recht op een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren.....

Maar nu de praktijk. Laten we de wet op passend onderwijs eens onder de loep nemen:

Alle kinderen moeten op een school zitten die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. Dat is het uitgangspunt van passend onderwijs. Lukt dat niet op de school waar u uw kind had aangemeld? Dan moet er een school worden gevonden die de begeleiding wel kan bieden. Dat kan een speciale school zijn. Passend onderwijs geldt voor kinderen in het basisonderwijs en jongeren in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.

Helaas is passend onderwijs nog niet inclusief zoals in het VN verdrag is bepaald. Scholen mogen aangeven dat ze het niet kunnen en mogen kinderen daarom nog steeds weigeren. Ze moeten wel met een passende oplossing komen, maar dat gebeurt ook niet altijd in de praktijk. Het kind kan ook nog steeds op een speciale school worden geplaatst in plaats van dat een reguliere school de middelen en mogelijkheden krijgt om het kind wel op zijn of haar niveau onderwijs te geven. Zie ook het artikel van In1school "Schendingen recht op inclusief onderwijs" waar alles netjes op een rijtje wordt gezet.

Het College voor de Rechten van de Mens houdt toezicht op Mensenrechten van mensen met een beperking. Op 1 november 2016 publiceerde het College een 16 puntenplan Van Verdrag naar Inclusie. Het College vraagt de staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het bureau dat de implementatie uitvoert om de 16 punten op de agenda te plaatsen en op te volgen. De punten over onderwijs luiden:
  • Onderzoek wat er nodig is om van Passend Onderwijs, inclusief onderwijs te maken. Gebruik General Comment no.4 van het CRPD Comité bij het formuleren van beleid en regelgeving.
  • Neem concrete maatregelen om thuiszitters weer het onderwijssysteem in te krijgen. Zorg dat de wens van het kind uitgangspunt is bij het te volgen onderwijs en de wijze waarop onderwijs wordt gevolgd. 
  • Als een leerling regulier onderwijs wil volgen, mag hij niet naar speciaal onderwijs worden doorverwezen.
  • Zorg in docentenopleidingen voor het reguliere onderwijs voor kennis over onderwijs aan leerlingen met beperkingen. *
Naast al deze wetten en verdragen stelt Simea zijn eigen richtlijnen en handreikingen. Maar wat houden die nu in voor onze kinderen? Deze week heb ik hier contact over gehad met de kinderombudsvrouw. Hun antwoord was eigenlijk kort en helder en wil ik graag met jullie delen:

Richtlijnen en handreikingen die door bijvoorbeeld Simea worden opgesteld zijn regels die de sector opstelt voor de aangesloten organisaties, in dit geval de vier instellingen. Maar dit zijn geen wetten. Het is hun manier hoe je een doof of slechthorend kind zou kunnen begeleiden. Als de richtlijn of handreiking niet passend is voor het kind dan moet er iets anders worden geregeld. De ouders en school moeten dat samen doen. 

Bijvoorbeeld: "als een leerling of ouders van een leerling een gebarentolk noodzakelijk achten voor de toegankelijkheid van het onderwijs, moet dit zonder enig ongevraagd "advies" doorgang vinden. De ouders kunnen hierin zelf de school adviseren, dit gaat en hoeft niet via de instellingen". 

Nog een voorbeeld: "als ouders en school een passende oplossing hebben gevonden in de vorm van begeleiding en deze wijkt af van de richtlijn of handreiking van de instelling, dan kan de school gewoon voor de andere begeleiding kiezen. Hier geldt weer de onderwijsbehoefte van het kind bepaalt de begeleiding".

De medewerkers van de kinderombudsvrouw benadrukten keer op keer dat onderwijsbehoefte leidend is en dat ouders en scholen dat samen goed moeten uitwerken in een OPP. De onderwijsbehoefte staat boven de richtlijnen, handreikingen en allerlei andere regels die door partijen worden opgesteld. Ook wordt de samenwerking tussen school en ouders benadrukt. Zij zullen het samen moeten doen. AB'ers mogen zich daar niet in mengen. Als uit het OPP een concrete begeleidingsvraag rolt kan een instelling bepalen of ze daarin kunnen voorzien of niet. Zij moeten zich dan gewoon houden aan de wet, namelijk de middelen leveren om in de onderwijsbehoefte van het kind te voorzien. En die moeten passend zijn. 

wordt vervolgd.....



* bron: Stichting antipassend onderwijs Utrecht















vrijdag 21 april 2017

Brief aan Simea over handreiking C3.1 in de richtlijn "Toelaatbaarheid"

Helaas hebben we nog geen reactie ontvangen op ons blog "Simea kruipt naar haar grenzen met de nieuwe richtlijn "Toelaatbaarheid"". Niet van Simea, maar ook niet uit de hoek van de belangenorganisatie. De tolkenvoorziening is een voorziening die door doven en slechthorenden kan worden ingezet om, in dit geval, volledig toegang te hebben tot onderwijs. Dit is een keuze van de leerling en bij jonge leerlingen van de ouders. De tolk staat los van het arrangement. Of de tolk dus nodig is voor het behalen van de doelen van een OPP is totaal niet relevant. Of de tolk een meerwaarde is voor de school die het kind bezoekt al helemaal niet!

Wij vinden dat we jullie op de hoogte moeten houden over de ontwikkelingen hierover. Dit doen we omdat we de afgelopen tijd veel vragen krijgen van ouders die soms hele rare adviezen krijgen als ze graag een tolk voor hun kind willen inzetten op de reguliere school.

Dit is de brief die we vanmiddag hebben verstuurd naar Simea en alle betrokken partijen:

In maart hebben jullie de nieuwe richtlijn “Toelaatbaarheid” op de website van Siméa gepubliceerd.

Bij deze sturen we een officiële reactie toe vanuit oudergroep ‘Oudergroep van dove kinderen’.

Ons is opgevallen dat deze nieuwe richtlijn een handreiking bevat over tolkvoorziening (C3.1, blz 35 en 36). Onze vraag is hoe deze handreiking tot stand is gekomen? Is er overleg geweest met partners waarmee Siméa samenwerkt? Zijn zij op de hoogte gebracht van de nieuwe richtlijn?

De tolkvoorziening is een voorziening die loopt via het UWV als uitvoeringsorgaan van de overheid. Deze voorziening wordt door de gebruiker persoonlijk aangevraagd als hij / zij daarvoor kiest. Met andere woorden: de keuze van een tolk, is op naam, persoonlijk, een recht dat samenhangt met andere rechten zoals gelijkwaardige toegang. De overheid gaat hierover en is verplicht om voor elke dove/slechthorende burger, zowel jong als oud, te waarborgen. De overheid gaat er ook van uit dat in dit besluit de gebruiker van de tolk zelf die keuze kan maken. Dus wij vragen ons ernstig af op welk grond Siméa, en haar partners, denken dat zij kunnen adviseren, meebepalen, met betrekking tot de tolkvoorziening.

Wij zijn van mening dat de handreiking C3.1 volledig uit de richtlijn gehaald dient te worden.

Naast het feit dat het hier niet thuishoort en de Cluster2 instellingen geen ongevraagde adviezen over de tolkvoorziening kunnen en mogen geven,  schept het op de manier (zoals het hier staat) ook heel veel verwarring.

Bijvoorbeeld:
Bij de toelaatbaarheidsbepaling voor de ondersteuning of het onderwijs gaat de Commissie van Onderzoek (CvO) na of de leerling in de reguliere school gebruik maakt van de tolkvoorziening (zoals dat blijkt uit het handelingsdeel van het OPP) en in hoeverre de inzet van de tolkvoorziening al dan niet besproken is met de ouders en de leerling. (C3.1, blz.35, 2e alinea)
Dit kan helemaal niet. Ouders zorgen voor de tolkvoorziening en zijn altijd op de hoogte van het gebruik ervan. Zij hebben hier heel bewust een keuze voor gemaakt. Het CvO kan en mag daar verder helemaal niets mee.

Nog een voorbeeld (C3.1, blz35, 4e alinea)
De CvO adviseert de reguliere school over de bijdrage die de tolkvoorziening kan leveren ter ondersteuning bij het onderwijsleerproces van de leerling. Hierbij wordt uitgegaan van onderstaande verkregen informatie.

Relevante vragen
De meest relevante vragen die beantwoord moeten worden zijn:
·         is het inzetten van een tolk (NGT, NmG, schrijftolk) voorwaardelijk voor het behalen van de doelen in het OPP en/of de toegankelijkheid van het onderwijs,
·         heeft tolkinzet meerwaarde voor de leerling die regulier onderwijs volgt,
·         heeft de inzet van een tolk meerwaarde voor de school die het kind bezoekt?

De CvO adviseert de reguliere school? De enige in dit geval iets mag en kan zeggen op een passend moment binnen overleg met ouders en de school is de Ambulante Begeleider. Maar dan nog geldt dat de Ambulante Begeleider de keuze van de ouders kan ondersteunen en/of bekrachtigen (dus niet vanuit een adviserend positie!). Immers: dat is ook de bescheiden rol die de Ambulante Begeleiding dient in te nemen: slechts op vraag van ouders en/of school ondersteuning bieden.

De tolk gebarentaal staat als overheidsvoorziening los van de OPP en dus ook los van het arrangement. Wel valt er heel veel te zeggen over toegankelijkheid (en dus ook rechten van het kind) als er een tolk in beeld is. Die toegankelijkheid staat centraal. En daarmee ook het kind!


Wij verwachten binnen afzienbare tijd een reactie tevens een aanpassing van deze richtlijn.

Wij hopen op een reactie. Zo niet zullen we verder stappen ondernemen.

woensdag 19 april 2017

Bezoek aan het congres de Staat van het Onderwijs



Beste demissionair minister Jet Bussemaker, staatssecretaris Sander Dekker en Inspecteur-generaal van het Onderwijs Monique Vogelzang en alle lezers van deze blog 

Woensdag 12 april nam Oudergroep dove kinderen deel aan het congres Staat van het Onderwijs. Tijdens de plenaire sessie is veel gesproken: het onderwijs in Nederland is van een goed niveau, maar er is ook kansongelijkheid. Afhankelijk van de school waar je naar toe gaat of de achtergrond of opleidingsniveau van je ouders komt een kind uiteindelijk op een bepaald opleidingsniveau uit. Door de kansongelijkheid dreigt Nederland talent te verliezen. Tijdens de plenaire sessie heeft geen van de sprekers het gehad over het passend onderwijs. Ook in het digitale verslag (zie https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/staat-van-het-onderwijs/documenten/rapporten/2017/04/12/staat-van-het-onderwijs-2015-2016 ) wordt passend onderwijs niet genoemd, behalve door 1 meisje die zelf gebruik maakt van passend onderwijs. Als Oudergroep dove kinderen zien we wij dat er talent verloren gaat bij de kinderen die doof/slechthorend/TOS doordat niet de juiste ondersteuning wordt gegeven maar ook doordat er veel onduidelijk is (zie de diverse blogs die wij hebben opgesteld).

Tijdens het congres van 12 april blijkt dat wij niet alleen staan. Van alle ouders die we die dag hebben ontmoet of die tijdens workshops hun mening hebben geven, blijkt dat er een grote gemene deler is: ouders vanuit welke cluster dan ook, voelen zich niet gehoord. Een ouder weet het best wat bij het kind past of welke aanpak het meest geschikt is. Maar in de praktijk wordt dit niet meegenomen en wordt er passend onderwijs gegeven die niet goed genoeg geschikt is, geld wordt niet (of niet op de juiste wijze) besteed, maar erger nog, het kind krijgt geen passend onderwijs. Soms tot thuiszitten als gevolg. Over talentverlies gesproken!

Talentverlies is groter dan alleen bij de kinderen in het onderwijs. Ook op een congres als deze is sprake van kansongelijkheid, de tolk Nederlandse gebarentaal stond ’s morgens op een ongeschikte plaats omdat de tolk storend zou zijn voor anderen. Vervolgens gaat het licht uit omdat er een filmpje wordt getoond (zonder ondertiteling!). De informatie in het filmpje is voor doven en slechthorenden niet te volgen en de tolk is ook niet meer te zien want die staat ook in het donker.

Gelukkig stond de tolk Nederlandse gebarentaal in de middag wél op een goede zichtbare plaats.
En wat te denken wanneer je tijdens het congres in een rolstoel zit? Wanneer je naar het invalidentoilet wilt, blijkt deze gebarricadeerd door een mobiele kachel en wanneer je een workshop op de eerste verdieping wilt volgen, blijkt de lift zich geheel aan de andere kant van het gebouw te bevinden waardoor je de start van de workshop zou missen.
Deze beide gevallen zijn wel opgelost maar is hier sprake van (kans)gelijkheid? Wij vinden van niet! En niet alleen dat, wat voor boodschap geef je aan alle congresbezoekers mee?

Is het congres alleen maar kommer en kwel geweest? Dat gelukkig ook niet, de leerkrachten die we gesproken hebben of die tijdens de workshop aan het woord zijn geweest, waren allemaal bevlogen en van goede wil. En het blijkt dat ouders en leerkrachten vrijwel dezelfde ideeën hebben: iedereen wil het beste voor het kind. Wel geven leerkrachten aan dat door alle regels soms het kind zelf uit het oog verloren wordt.

Beste demissionair minister Jet Bussemaker, staatssecretaris Sander Dekker en Inspecteur-generaal van het Onderwijs Monique Vogelzang, hierbij dan ook dringend het verzoek:
•    Niet alleen te spreken over kansgelijkheid maar ook om het daadwerkelijk toe te passen; altijd en overal!
•    Niet alleen aan te geven dat de rol van de ouders belangrijk is, maar ook daadwerkelijk te luisteren naar ouders en hen de mogelijkheid te geven daar invulling aan te gegeven. School en ouders zouden samen moeten bepalen hoe het onderwijs ingevuld moet worden, maar in geval van passend onderwijs zijn het de samenwerkingsverbanden en cluster 1 en 2 instellingen die het geld beheren. Dit bijt elkaar!

Helga Duifhuis





Een speeddate met de inspecteur van het speciaal onderwijs.

Tijdens de Staat van het Onderwijs mocht je een speeddate aanvragen met een inspecteur.

Onze vraag was of het voor de Onderwijsinspectie inzichtelijk was hoe het gesteld is met de dove en slechthorende kinderen binnen het reguliere onderwijs, na invoering van passend onderwijs.

Het was een hele lastige vraag. Maar ze hoopte dat met de invoer van de nieuwe manier van werken van de inspectie vanaf augustus 2017 dat ze dat daar een beter beeld van zullen krijgen. Ze vertelde dat de inspectie voor deze doelgroep met de besturen van de instellingen om de tafel gingen. De besturen van de instellingen moeten dus aan de inspectie rapporten hoe het met onze kinderen gaat binnen het reguliere onderwijs.

Tja dat was wel even schrikken. Er wordt dus helemaal niet naar de kinderen zelf gekeken. Ook niet steekproefsgewijs. De instellingen vertellen wel hoe het met onze kinderen gaat.

De enige manier om dit te doorbreken is door signalen af te geven. Wanneer je kind toch geen goed passend onderwijs krijgt moet je een signaal afgeven bij de inspectie. Dit is de enige manier om bij de inspectie, dus de overheid, duidelijk te maken dat er iets aan de hand is. Verder kan je voor extra ondersteuning in de communicatie tussen ouder, school en instelling een onderwijsconsulent inschakelen. Maar dan moet je duidelijk weten wat je wil voor je kind. Zij hebben geen inhoudelijk kennis van onderwijs aan doven en slechthorenden.

De groep dove en slechthorende kinderen is maar een speldenknop binnen het onderwijs. Maar onze groep heeft hele specifieke begeleiding nodig. Dat kan je met geen andere groep vergelijken. Maar de groep is ook heel onzichtbaar. Een kind met auditieve beperking in een klas van 30 valt gewoon domweg niet op.

Wij moeten als ouders echt de strijd aangaan. Niet tegen de instellingen, maar voor het recht op goed onderwijs.

Stichting Balans heeft zijn eigen "Staat van de ouders opgemaakt" : http://www.balansdigitaal.nl/media/3845043/staat_onderwijs._volgens_ouders_-_lr.pdf.
Hierin staat een artikel van onderwijsjurist Katinka Slump. Zij zet ouderbetrokkenheid in historisch perspectief. De nieuwe schoolstrijd, honderd jaar na die van 1917, wordt volgens haar gevoerd door ouders van zorgleerlingen. Een nuttige geschiedenisles.

Jacqueline van den Heiligenberg




dinsdag 18 april 2017

Simea kruipt naar haar grenzen met de nieuwe richtlijn "Toelaatbaarheid"

Simea’s nieuwe richtlijn “Toelaatbaarheid”

Richtlijn voor de toelaatbaarheidsbepaling voor ondersteuning of het onderwijs door de instellingen voor auditief en/of communicatief beperkte leerlingen. (voorheen Cluster 2)

Simea heeft sinds maart 2017 een nieuwe richtlijn Toelaatbaarheid. Er staat in dat deze richtlijn geldt voor zowel de eigen medewerkers binnen Simea (leerkrachten, AB'ers, logopedisten enzovoorts) als voor partners zoals mensen van het samenwerkingsverband of zorgcoördinatoren van de reguliere scholen.

Partners zoals mensen van het samenwerkingsverband? Sinds de invoer van passend onderwijs horen wij dat instellingen juist buiten de samenwerkingsverbanden vallen. Wat is er gebeurt dat er nu toch over “partners” wordt gesproken? En wat betekent dit dan met betrekking tot de richtlijn. De richtlijn geldt voor Simea en geeft aan tot waar haar grenzen rijken. Ik neem aan dat het niet de bedoeling is dat ze deze richtlijn ook aan hun partners gaan dicteren.

Dit brengt ons tot het volgende:
Het document van Simea heeft verschillende onderdelen maar ons valt als eerste het gedeelte over de tolkvoorziening op (zie bijlage voor specifiek dit gedeelte).
(klik op de plaatjes om ze te vergroten)


Sinds wanneer neemt Simea het onderdeel tolkvoorziening op binnen de eigen richtlijn?

De tolkvoorziening is een neutrale, onafhankelijke overheidsvoorziening. Iedere dove burger, jong en oud, heeft recht om gebruik te maken van deze overheidsvoorziening. Wij als ouders vragen zelf tolkrecht aan bij het UWV. Het gaat om gelijkwaardige toegang tot communicatie. Om rechten en kansen. Om kansongelijkheid tegen te gaan. Daarom is het een heel belangrijk gegeven, feit, dat de arrangementen en de tolkvoorziening totaal los van elkaar staan. De tolkvoorziening is gekoppeld aan het VN verdrag en aan de Rechten van het Kind.

Waarom staat in deze richtlijn ineens beschreven dat er geadviseerd kan worden met betrekking tot de tolken vanuit de instellingen? Waarom mag er getoetst worden of het wel passend is bij de behoeften van een kind om een tolk te gebruiken? Waarom moet de inzet van de tolk een meerwaarde voor de school zijn die het kind bezoekt? En waarom mag er vanuit de instellingen richting regulier onderwijs worden uitgelegd dat er wel/geen tolk gebarentaal nodig is? Simea en dus de instellingen hebben hier helemaal niets over te zeggen. Ouders kunnen hooguit met de AB’er overleg voeren hierover.

Maar met het onderdeel C3.1 Handreiking tolkvoorziening voor dove en ernstig slechthorende leerlingen kruipt Simea wel erg naar de grenzen en eigenlijk vinden wij dat ze over de grens gaan.

De inzet van een gebarentolk is een keuze van de leerling/ouders en dit doen zij in overleg met de school. Dit onderdeel moet uit de richtlijn Toelaatbaarheid van de instellingen.

dinsdag 28 maart 2017

OPP en IQ

In hoeverre is het IQ bepalend voor begeleiding voor een kind met een OPP? Wat zegt de PO-raad hierover in hun document "Ontwikkelingsperspectie in het basisonderwijs". De PO-Raad is de sectororganisatie voor het primair onderwijs:
Klik op de plaatjes om de pagina's te lezen.


Een IQ score is niet meer dan een verwachting van de cognitieve ontwikkeling op een bepaald moment in de tijd. Het is volledig onduidelijk hoe een kind met een auditieve beperking met een hoog of juist laag IQ zich verder gaat ontwikkelen. Er is geen verwachtingspatroon. Ook niet of het een het ander compenseert.

Helaas komt het steeds meer voor dat regels, die voor alle kinderen gelden die een OPP hebben binnen het reguliere onderwijs, door de instellingen aan ons heel anders worden uitgelegd. Simea zou deze algemene regels specifiek moeten maken voor haar sector, omdat dove en slechthorende een hele aparte groep is waar weinig expertise voor is binnen de kaders van het reguliere onderwijs. Echter gebeurt dit niet. Elke AD dienst hanteert zijn eigen regels.

Hierbij heb ik 2 pagina's even uitgelicht. Het volledige document kan je hier downloaden. Het geeft een schat aan informatie over hoe een OPP nu eigenlijk werkt en wat je er allemaal mee kan doen. Simea, de instellingen en AD moeten zich ook gewoon aan deze regels houden.

Onderwijsbehoefte is leidend ongeacht de hoogte van het IQ. Heb je vragen of ondervind je problemen, meld het ons! oudergroepvandovenkinderen@gmail.com.

woensdag 15 maart 2017

Vierde verslag bijeenkomst samenwerkingsproject cluster 2 instellingen, ouders



Vierde verslag bijeenkomst samenwerkingsproject cluster 2 instellingen, ouders

Opzet website over de ambulante dienst cluster 2/ begeleiding binnen het passend onderwijs.
Voor oorsprong en andere verslagen zie onze eerdere blogs.
Bijeenkomst 8 januari 2016
Bijeenkomst 13 april 2016
Bijeenkomst 25 november 2016

Locatie: Rotterdam, Auris 14 maart 2017
Aanwezigen: Simea, Viertaal, Kentalis, Auris, Hoormij, Fodok, oudergroep van dove kinderen. Tevens aanwezig: een onafhankelijke scrum-master. Vitus- Zuid was op deze datum verhinderd.

Gedurende de dag hebben we het meest in 2 (steeds dezelfde) gemixte teams gewerkt. De sfeer was goed en ieder bracht met enthousiasme expertise vanuit zijn/haar eigen achtergrond aan. Gedurende de sessies bleek dat iedereen een zelfde beeld heeft van wat er moet gebeuren: Eén (1) overzicht met informatie voor ouders, kinderen, scholen en cluster 2 instellingen t.b.v de kinderen (TOS, Slechthorend en Doof) die regulier naar school gaan.
Er is al wel heel veel informatie beschikbaar, maar dat staat op verschillende plaatsen, is niet vindbaar en is in sommige gevallen niet duidelijk beschreven. Door 1 overzicht te creëren is alles overzichtelijk terug te vinden en kan er door het gebruik van doorlinken extra informatie opgevraagd worden.

Een impressie welke informatie beschikbaar moet komen
Aan het eind van de dag lag er een globaal uitgewerkt idee hoe de website er uit zou kunnen komen te zien en met welke inhoud. Voor de aankomende maand zijn er een aantal actiepunten gedefinieerd waar de deelnemers zich op ingeschreven hebben om verder uit te werken. Wel blijft in zijn algemeenheid nog onduidelijk wie wat precies gaat doen na het afronden van deze taken en ook hoeveel tijd dit met zich mee brengt.
Een grote domper aan het eind van de dag was dat er nog geen budget beschikbaar is voor een test versie van de website en daarmee dus ook nog niet voor de definitieve versie van de website. Een van de acties van aankomende maand is dat 1 van de deelnemer budget aanvraagt.
Wij als oudergroep (en ook de andere deelnemers) hebben er al tijd en energie in gestoken maar weten niet zeker of de website er daadwerkelijk zal komen!

Mede-ouders kunnen jullie met ons delen (openbaar of via een privé-bericht) wat voor jullie de toegevoegde waarde is wanneer er 1 overzichtelijke, duidelijke en leesbare website komt voor onze kinderen? Samen staan we sterker om (opnieuw) aan te geven waarom een site als deze beschikbaar moet komen.

maandag 6 maart 2017

Ondersteuningsvragen: van troebel naar helder!

Alles op een rij. En hoe nu verder?

Het blijft ons allemaal bezig houden: de begeleiding van onze dove en slechthorende kinderen op de reguliere scholen.

Nog even de regels in een notendop:

  • Elk kind met een Cluster 2 indicatie heeft recht op ondersteuning vanuit Cluster 2 als het gaat om begeleiding op de reguliere school; Met Cluster 2 wordt bedoeld: de 4 instellingen Kentalis, Auris, Viertaal en De Taalbrug/Vitus-Zuid. Zij ontvangen financiële middelen van de overheid om de ondersteuning te kunnen uitvoeren. Per kind krijgen zij een budget.
  • Als ouders en school vinden dat er ondersteuning nodig is op de reguliere school, kunnen zij een arrangement aanvragen bij een Cluster 2 instelling in de regio;
  • De basis voor aanvraag van begeleiding zijn de leerbehoeften. Als de reguliere school aangeeft daar zelf niet/onvoldoende in te kunnen voorzien, dan moet ze expertise kunnen binnenhalen van buitenaf. De reguliere school heeft een zorgplicht. Zij moet de doelen die voor een kind in een Onderwijsperspectief(OPP) zijn opgesteld kunnen bewerkstelligen. Deze doelen moeten passen bij het leerniveau van het kind. En dus niet bij wat de school het kind kan bieden! Het mag niet zo zijn dat het kind onder zijn niveau gaat werken omdat de school niet weet hoe ze de leerstof aan het kind met de auditieve beperking zou moeten aanbieden. De beperking mag geen excuus worden.
  • Ouders hebben een evenredig aandeel in het opstellen van het onderwijsperspectief (OPP); de ouders en de school stellen samen het OPP op. De Ambulante Begeleiding is een ondersteuning in het opstellen van het OPP.
  • Waar kan je allemaal ondersteuning in krijgen?
    • Ondersteuning van de communicatie en taalontwikkeling
    • Ondersteuning bij de overige ontwikkelingsgebieden
      • Rekenen
      • Pedagogisch klimaat
      • Instructie
      • Kennis van de wereld
      • Sociaal-emotionele ontwikkeling

(bron: http://www.simea.nl/dossiers/passend-onderwijs/brochures-po/15-simea-brochure-passend-onderwijs-doof-sh-tos-lr-spreads.pdf).

Zo hebben de 4 instellingen, die samen het onderwijs aan dove en slechthorende kinderen moeten borgen, het afgesproken in hun eigen stichting. Die stichting heet: Simea (www.simea.nl).

Ook is er sprake van 3 soorten arrangementen:

  • Licht: 1 dove/sh kind op een reguliere school
  • Medium: meerdere dove/sh kinderen op een reguliere school
  • Intensief: het kind gaat naar speciaal Cluster2 onderwijs

(bron: http://arrangementen.simea.nl/arrangementen/)

Nu komt er een belangrijke vraag:

Hoe vertaalt zich dit nu naar de praktijk?

Die vraag stellen wij nu aan jullie! Wat komt er van het hele verhaal, wat de 4 instellingen vooraf hebben bedacht over passend onderwijs, nu echt terecht? De verantwoording ligt bij de ouders en de zorgplicht ligt bij de reguliere school. Hoe moeten ouders en scholen nu beginnen. Reguliere scholen willen best wel, maar willen vervolgens wel graag weten hoe ze het moeten doen. Ouders zouden de informatie daarvoor moeten verstrekken, maar ook voor hen is het allemaal nieuw. Hoe leer je een doof of slechthorend kind bijvoorbeeld lezen? Dat is al decennia lang een enorme uitdaging. En dat blijft het ook. Het leren lezen lukt bij individuen. De grote groep dove/sh kinderen ervaart (grote) moeilijkheden bij het lezen. Hoe kan je dat als ouder nu aan een reguliere school uitleggen?

Ouders en scholen hebben dus wel begeleidingsvragen, maar: waar in hemelsnaam te beginnen?

De rol van de 4 instellingen is daar sterk in veranderd.
Aan de ene kant is dat goed. Vroeger werd alles door de instelling bepaald. Als ouder kreeg je aan het eind een plan van aanpak waar je een handtekening onder ‘mocht’ zetten. Die handtekening was wel heel belangrijk, want zo ging het geld van de rugzak van het kind naar de school en de instelling.

Nu gaat dat anders. De instelling heeft het geld al en gaat nu wachten tot de ouders en de school met een vraag komen. In de praktijk horen en zien wij dat de bovengenoemde punten vaak als volgt worden vertaald:

  • Elk kind met een cluster 2 indicatie heeft recht op ondersteuning vanuit Cluster 2 als het gaat om begeleiding op een regulier school; Dat recht hebben ze op papier, maar ouders en school krijgen vaak van de trajectbegeleider van de Cluster 2 instelling bij voorbaat al te horen dat het kind “te goed” is om daar aanspraak op te kunnen maken. Het kind moet eerst vastlopen. Maar vastlopen betekend vaak dat er toch iets mis is gegaan met de taalontwikkeling. Die schade is op een gegeven moment niet meer in te halen en blijvend.
  • Als ouders en school vinden dat er ondersteuning nodig is op de reguliere school dan kunnen zij een arrangement aanvragen bij de Cluster 2 instelling; De uitleg van de arrangementen heeft een hele andere wending gekregen dan oorspronkelijk bedoeld. Dit komt onder andere omdat medium settings lastig te vormen zijn. Nu wordt het arrangement vertaald naar een zogeheten “geldzakje”. De namen zeggen het al. Licht is een klein zakje, medium iets groter zakje en intensief en flinke zak maar die zak wordt dan wel binnen de instelling zelf gehouden. Ook hier wordt helemaal verkeerd gekeken. Als een kind slechthorend functioneert dan krijgt het minder dan als het doof functioneert. Maar misschien zijn de ondersteuning in leerbehoeften toch hetzelfde. Ouders breken hun hoofd wat een arrangement precies inhoudt en wat ze ermee kunnen voor hun dove/sh kind. Maar daar krijgen ze helemaal geen antwoord op.
  • De basis voor aanvraag van begeleiding zijn de leerbehoeften. Als de reguliere school aangeeft daar niet of onvoldoende in te kunnen voorzien, dan moet ze expertise kunnen binnenhalen van buitenaf. Zij hebben een zorgplicht en moeten de doelen die voor een kind in een onderwijsperspectief zijn opgesteld kunnen bewerkstelligen. Deze doelen moeten passen bij het leerniveau van het kind en niet wat de school het kind kan bieden! Het mag niet zo zijn dat het kind onder zijn niveau gaat werken omdat de school niet weet hoe ze de leerstof aan het kind met de auditieve beperking zou moeten aanbieden. De beperking mag geen excuus worden. Hier wordt al helemaal aan voorbij gegaan. Het eerste waar iedereen over begint is: wat hoort het  kind? Hoeveel decibel gehoorverlies is er? Terwijl eigenlijk de vraag moet zijn: wat mist het kind aan informatie en hoe vullen we dat aan? Als het kind toch minder “hoort” (= minder meekrijgt aan informatie) dan verwacht, gaat men weer kijken naar het horen. Dan komen instrumenten als de solo om de hoek kijken. Als het gaat om leerbehoeften dan staat er 1 ding enorm in de weg. Dat is het feit dat de kinderen auditief niet genoeg meekrijgen waardoor dus die leerbehoeften gevaar lopen. Het invullen van de gemiste informatie: daar gaat het om. Daar heb je begeleiding voor nodig. Kan solo het gemis aanvullen? Fijn! Prima! Mits: het niet ten koste gaat van andere leerbehoeften. Is solo niet het antwoord? Dan moet er naar andere middelen c.q. mogelijkheden worden gekeken om het gemis aan te vullen. Dit kan zijn: pre-teaching, RT en noem het allemaal maar op. De mate van het missen van informatie zal voor ieder kind anders zijn. Maar: per kind zal het stabiel zijn. Dus als het kind in groep 1 ,zeg maar, 50% niet meekrijgt dan is dat in groep 8 ook zo. Je kunt het arrangement dus helemaal niet afbouwen. Het gehoorverlies, dus informatieverlies gaat nooit weg. En aangezien elk schooljaar je ook weer nieuwe informatie geeft, kan je niet terugvallen op datgene wat al betekend is. Dat is nu zo speciaal aan school!
  • Ouders hebben een evenredig aandeel in het opstellen van het onderwijsperspectief; Dit is heel mooi, maar er is geen mogelijkheid om zich te verdiepen hoe ze dat kunnen en moeten doen.
  • Waar kan je allemaal ondersteuning in krijgen; Daar heeft elke AB’er een eigen antwoord op. Er is binnen de AB diensten geen lijn. Een mooi voorbeeld blijft Engels als vreemde taal op de basisschool. Niemand weet hoe dat opgepakt kan worden.

Hoe kunnen we er nu toch voor gaan zorgen dat voor onze kinderen de reguliere school meer toegankelijk wordt? Dat we als ouders het gevoel krijgen dat we grip krijgen op de zaak? Dat de kinderen de ondersteuning krijgen waar ze recht op hebben? Als ze dat namelijk niet krijgen kunnen ‘bovenop’ de auditieve beperkingen andere problemen ontstaan. Dan krijgt het kind allerlei andere labels. En dat mag gewoon niet gebeuren.

Het OPP heeft hier een hele belangrijke rol. Als er niet voldaan kan worden aan de vraag van leerbehoeften in het OPP, dan komt het leren van het kind in gedrang. Als ouder moet je daar dus beginnen. Hoe?
  • Door het andere ouders te vragen of de vraag bij de Oudergroep neer te leggen. Wij kunnen je daarbij helpen (oudergroepvandovekinderen@gmail.com);
  • Met het OPP zal de school, via het aanmeldpunt Cluster 2, een aanvraag kunnen doen bij Cluster 2 om met extra ondersteuning het OPP in werking te zetten;
  • Sluit het aanbod van Cluster 2 niet aan op het OPP?  Vraag een 2de gesprek met een medewerker van het samenwerkingsverband van de school aan. Het niet aansluiten heeft vaak te maken met geld. Of dat Cluster2 zelf niet over de juiste middelen beschikt, bijvoorbeeld een gebarentaalvaardige NGT RT juf. Maak geld en middelen niet het probleem van de ouders en de school, maar van degenen die over de middelen beschikken. Laat hen het uitvechten.
  • Nog geen oplossing? Schakel de Oudergroep in; Zij zal het neer gaan leggen bij de Onderwijsconsulent en de Onderwijsinspectie. 
  • Advies: Ga niet in het klachtentraject van de instelling of het samenwerkingsverband, want dat is doodlopende weg momenteel.

Waar moet je als ouder alert op zijn?
Je moet je verdiepen in je kind. Wat heeft hij/zij nodig? Dit moet vervolgens centraal gesteld, gevraagd, worden. Dat is nog niet zo eenvoudig. Je wil niet als een zeurende en betweterige ouder overkomen. Zeker niet op een nieuwe school want daar wil je de school een kans geven. Je hoopt dat  je kind zo geruisloos mogelijk kan integreren. Maar: zeker in het begin kan dat niet.

Kinderen stromen tegenwoordig, via de ziekenhuizen en de Audiologische Centra, in bij de zogeheten “vroegbehandelgroepen”. Daar wordt vervolgens hard gewerkt aan de taalontwikkeling. Echter is de taalontwikkeling een proces met een langere adem. Als een kind vertrekt uit de vroegbehandeling is dat taalproces niet klaar. Het kind is niet alleen slechthorend als het naar reguliere school gaat op vierjarige leeftijd, maar hij/zij heeft ook nog geen volledige taalontwikkeling doorgemaakt. Dat punt van taalontwikkeling wordt vaak niet benoemd. Er wordt veel gesproken over de slechthorendheid en hoe dat aangevuld kan worden. Maar hoe de taalontwikkeling door het aanvullen toch doorgang kan vinden? Toch goed doorgemaakt kan worden? Daar hoor je niemand over. Er wordt te vaak gedacht dat het op de lijn van de verwachting mee loopt.  Maar wat kan er verwacht worden? Wat houdt dat in? Zeker in het begin is het ook lastig te traceren omdat de kinderen vaak vlot babbelend op school komen. De eerste tekenen van taalarmoede komen vaak pas later bovendrijven. Deze kunnen ontstaan bij het lezen, begrijpend lezen en op sociaal emotioneel vlak.

Dit is echter nog niet alles. Er is nog veel meer. Als het kind op school schijnbaar lekker draait, maar thuis helemaal afgedraaid is, betekent het dat hij/zij wel heel erg zijn best moet doen om het allemaal te kunnen volgen. Dat is een feit. Het is een onderdeel van slechthorendheid. Je moet extra lopen om het allemaal bij te benen. Je kind doet aan topsport. Maar topsport moet begeleid worden. Als je kind heel goed is in schaatsen, dan betekent dat voor de ouders ook dat er wat dingen opzij gezet moeten worden. Het kind moet trainen, vaak 4 tot 5 dagen per week. Het kind moet naar wedstrijden gereden worden. Het kind volgt vaak een speciaal dieet. Het kind komt met extra was en onkosten. Maar als ouder doe je dit. Anders kan het talent geen doorgang vinden. Als ouder wil je dat vaak ook graag faciliteren. Je bent trots op dat je kind een talent heeft. Je wil je kind het gemakkelijker maken.

Dit geldt ook voor een slechthorend/doof/CI- kind. Je moet als ouder zorgen dat er op school een klimaat ontstaat zodat hij/zij alles meekrijgt. Je rijdt met hem/haar naar logopedie en andere aanvullende begeleiding. Je gaat naar ziekenhuizen voor allerlei KNO- /audiologische afspraken. In de weekenden wil je kind misschien wel andere kinderen ontmoeten die ook slechthorend/doof zijn. Die wonen vaak niet om de hoek. Dus kan je gaan rijden om activiteiten te bezoeken. Dan is er de apparatuur, batterijen, verzekeringen enzovoorts wat allemaal geregeld en betaald moet worden. Er komen allerlei zaken bij kijken om je kind tot volledige ontwikkeling te laten komen.

Als ouder en als kind kun je heel veel zelf, maar als het gaat om goed onderwijs dan is dat toch wel iets lastiger. Ouders kunnen nu eenmaal niet alle kennis over goed onderwijs specifiek voor doof/sh/CI meteen tot zich nemen. Echter: goed onderwijs moet wel te regelen zijn. Dat moet ook want met Passend Onderwijs heb je nu die verantwoording. Die verantwoording betekent ook dat de instanties die over de middelen beschikken ons als ouders niet in de weg moeten staan!

De Oudergroep zet zich sinds eind 2014 in voor goede begeleiding voor de kinderen op reguliere scholen. Helaas gaat het nog steeds niet goed. Helaas zien we dat het steeds slechter wordt. Daarom zullen we een stapje verder moeten gaan zetten. We zijn druk aan het trekken bij de instellingen en Simea om de inhoud van begeleiding, die ze kunnen bieden, boven tafel te krijgen. Elk stapje die we daarin zetten wordt met jullie gedeeld.

Maar er moet meer gebeuren. Onafhankelijke instanties die toezicht houden op de voortgang van passend onderwijs, hebben geen idee wat er momenteel gebeurt met de dove en slechthorende kinderen in het reguliere onderwijs. Dit komt onder andere omdat de officiële vertegenwoordiging van de ouders en de kinderen vaak achter gesloten deuren dingen met de instellingen proberen te regelen. Logisch omdat ze hopen dat instellingen hun beleid zullen aanpassen en dat alle kinderen daarvan zullen profiteren. Maar dat gebeurt niet of veel te langzaam. Als 1 kind wordt geholpen, dat moet de volgende ouder weer voor gaan vechten om hetzelfde te krijgen. Het wiel moet steeds opnieuw uitgevonden worden.

Lukt het je niet om met je reguliere school eruit te komen? Laat het ons weten. Wij kunnen ouders en scholen helpen om een goed OPP te maken en het voor te leggen aan Cluster 2 en/of samenwerkingsverband. Als er niet aan de begeleidingsvraag tegemoet wordt gekomen, kunnen wij de Onderwijsconsulent en de Onderwijsinspectie inschakelen. Wij hebben met beiden contact. Tot nu toe krijgen zij geen aanmeldingen van ouders dat het fout gaat. Dit komt omdat ouders vaak in een klachtprocedure met de instelling terecht komen en dat is, zoals boven al vermeldt, een doodlopende weg. De instellingen duwen ouders graag in een eigen klachtprocedure. Uiteraard, want dat is een makkelijke weg. De slager die het eigen vlees keurt. Wat we horen is dat ouders er helemaal moegedraaid uit komen en het niet meer weten. En het kind dat centraal hoort te staan? Die staat dan niet meer centraal. Daarom: niet aan een klachtprocedure beginnen. En aankloppen, via ons eventueel, bij de Onderwijsconsulente en de Onderwijsinspectie. Die zijn onafhankelijk en niet gebonden aan eigen belangen maar aan het belang dat het kind krijgt wat hij/zij nodig heeft.
En daar gaat het om! Dat je kind krijgt wat hij/zij nodig heeft. Omdat het gaat om leerbehoeften.

Noot:
1) Bij Simea wordt niet gesproken over de inzet van tolken. Ouders en kinderen bepalen samen of een tolk wordt ingezet. Natuurlijk moet je het met school overleggen en verdient het een plaats in het OPP. Maar dit hoeft niet overlegd te worden met Cluster 2. Cluster2 gaat helemaal niet over de tolkuren. De tolkuren zijn ook helemaal geen onderdeel van het arrangement. Dat staat helemaal los van elkaar. De tolkuren zijn een onafhankelijke voorziening vanuit de overheid geregeld. De regel voor de tolk is heel eenvoudig, elk kind met een Cluster 2 indicatie heeft recht op een tolk.

2) Mocht je vragen hebben met betrekking tot zorgverzekeraar en je kind, kan je ze ook melden. Je kan ook mailen naar de SIAC. Dit is de stichting, waar ook alle instellingen in vertegenwoordigd zijn. Echter houdt de SIAC zich hier bezig met de zorg. SImea is voor onderwijs. Dat zijn dus twee verschillende stichtingen. De contactpersoon van de SIAC is iemand van Kentalis: n.houdijk@kentalis.nl.