Ben je dol op sporten? Maar ben je doof of slechthorend, dus is het lastig om met andere kinderen mee te sporten? Dan is er nu een multi-sport dagkamp speciaal voor jou! Ga samen met andere kinderen van jou leeftijd de hele dag lekker sporten of leuke spelletjes doen! ‘S avonds slaap je weer lekker thuis, zodat je er de volgende dag weer helemaal klaar voor bent. Maak leuke nieuwe vriendjes en beleef drie super leuke kampdagen!
Het kamp wordt georganiseerd door Sportivun, de Koninklijke Nederlandse Doven Sport Bond (KNDSB) en de Nederlandse Doven Jongeren (NDJ). De coördinatie gebeurt door gecertificeerde gymdocenten van Sportivun en wordt begeleidt door sportieve dove jongeren.
Het Multi-sport dagkamp vind plaats in de zomervakantie in de Trits in Baarn. De duur van het kamp is 3 dagen en begint iedere dag om 9 uur en is om 5 uur weer afgelopen.
Koninklijke Nederlandse Doven Sport Bond
Koninklijke Nederlandse Doven Sport Bond
De kampen zijn toegankelijk voor kinderen van 7 tot en met 16 jaar en worden in de volgende 3 leeftijdscategorieën opgedeeld 7 t/m 10, 10 t/m 13
en 13 t/m 16 jaar. Schrijf je nu in en beleef een super leuk sportkamp in de zomer van 2015!
vrijdag 19 juni 2015
vrijdag 12 juni 2015
Let op de cito's zijn weer begonnen
In de "wegwijzer toetsgebruik bij leerlingen met specifieke onderwijsgehoeften" zijn bijlagen 8.1 en 8.2 van toepassingen op dove en slechthorende kinderen. Soms weet niemand wat nu precies de regels zijn. Zeker rondom de DMT zijn er nogal eens wat onduidelijkheden. Deze hoeft bij dooffunctionerende leerlingen niet te worden afgenomen! Verder staat er in bijlage 8.2 over dooffunctionerende kinderen de volgende voetnoot:
Eerste taal voor deze leerlingen is de NGT. Leerlingen spreken niet/nauwelijks verstaanbaar.
Dit hoeft helemaal niet het geval te zijn. Een dooffunctionerende kind heeft tegenwoordig in combinatie met NGT en CI meer mogelijkheden om de Nederland taal als 2de taal aan te leren. Daardoor kan het goed en verstaanbaar leren praten. Maar NGT blijft zijn/haar eerste communicatiemiddel en taal om nieuwe informatie tot zich te nemen!!


Voor de volledige wegwijzer klik hier.
Eerste taal voor deze leerlingen is de NGT. Leerlingen spreken niet/nauwelijks verstaanbaar.
Dit hoeft helemaal niet het geval te zijn. Een dooffunctionerende kind heeft tegenwoordig in combinatie met NGT en CI meer mogelijkheden om de Nederland taal als 2de taal aan te leren. Daardoor kan het goed en verstaanbaar leren praten. Maar NGT blijft zijn/haar eerste communicatiemiddel en taal om nieuwe informatie tot zich te nemen!!


Voor de volledige wegwijzer klik hier.
woensdag 10 juni 2015
Antwoord van de FOSS / FODOK op drastische bezuiniging binnen arrangementen cluster 2
Dank dus voor dit belangrijke signaal.
Ik probeer hieronder in het kort een reactie te geven, dit na overleg met collega Arend Verschoor van de FOSS, met wie wij samen optrekken waar het om onderwijs gaat.
Allereerst: wij waren er niet van op de hoogte dat voor de door Cluster 2 begeleide kinderen een dergelijke drastische korting optreedt. Wel weten we dat Kentalis heeft laten weten 2014 met een flink verlies te hebben afgesloten. Inmiddels hebben we signalen dat bij andere Custer 2 instellingen ook kortingen spelen, alleen Auris voert dit nog niet door. Wij zijn hierover van tevoren ook niet op de hoogte gesteld, niet door Siméa en niet door de betreffende aanbieders zelf. We zijn geschokt en boos dat dit is gebeurd, dat hierover met ons als belangenorganisaties geen communicatie heeft plaatsgevonden én dat de communicatie met ouders hierover zo tactloos is geweest. Wat ons betreft is dat alles onacceptabel.
Ik ga er overigens van uit dat je van 284 begeleidingsuren teruggaat naar 160 (in de eerste alinea schijf je 234); dat is ruim 44%, een enorme achteruitgang inderdaad. Hoe Kentalis dat met de uurtarieven verantwoordt, kan ik nu niet nagaan, maar zoals jij het voorrekent, ziet het er zeer bedenkelijk uit.
Het licht+-arrangement is een merkwaardige constructie; sowieso zijn al die benamingen niet heel bruikbaar. Wat telt, is dat een kind krijgt wat het nodig heeft. Overigens kunnen leerlingen een medium arrangement toegekend krijgen, zonder in een medium setting te zitten. Het is nl. het afgelopen jaar nauwelijks mogelijk gebleken om Cluster 2 leerlingen geclusterd op één reguliere school te krijgen. Voor dove kinderen met name geldt dat zij zo verspreid over het land zijn dat dat nauwelijks haalbaar is, maar daarnaast speelt ook dat samenwerkingsverbanden die stap niet graag zetten. Een kind kan dus op basis van haar of zijn onderwijsbehoefte wel een mediumarrangement krijgen en toch in zijn eentje op school zitten.
Dat een aantal uren ongebruikt is en de reguliere school minder en vervolgens geen budget krijgt om je dochter te ondersteunen, is eveneens onthutsend. Ook hier weer is duidelijk de onderwijsbehoefte van de leerling niet het uitgangspunt.
Als reactie op je vragen:
Waarmee niet gezegd is, dat we dit probleem van tafel hebben, maar wel dat we ermee aan de gang zijn.
Dank in elk geval voor je signaal, we worden graag verder op de hoogte gehouden en we zullen onze achterban ook op de hoogte houden.
Hartelijke groet,
Mariën Hannink
FODOK
Ik probeer hieronder in het kort een reactie te geven, dit na overleg met collega Arend Verschoor van de FOSS, met wie wij samen optrekken waar het om onderwijs gaat.
Allereerst: wij waren er niet van op de hoogte dat voor de door Cluster 2 begeleide kinderen een dergelijke drastische korting optreedt. Wel weten we dat Kentalis heeft laten weten 2014 met een flink verlies te hebben afgesloten. Inmiddels hebben we signalen dat bij andere Custer 2 instellingen ook kortingen spelen, alleen Auris voert dit nog niet door. Wij zijn hierover van tevoren ook niet op de hoogte gesteld, niet door Siméa en niet door de betreffende aanbieders zelf. We zijn geschokt en boos dat dit is gebeurd, dat hierover met ons als belangenorganisaties geen communicatie heeft plaatsgevonden én dat de communicatie met ouders hierover zo tactloos is geweest. Wat ons betreft is dat alles onacceptabel.
Ik ga er overigens van uit dat je van 284 begeleidingsuren teruggaat naar 160 (in de eerste alinea schijf je 234); dat is ruim 44%, een enorme achteruitgang inderdaad. Hoe Kentalis dat met de uurtarieven verantwoordt, kan ik nu niet nagaan, maar zoals jij het voorrekent, ziet het er zeer bedenkelijk uit.
Het licht+-arrangement is een merkwaardige constructie; sowieso zijn al die benamingen niet heel bruikbaar. Wat telt, is dat een kind krijgt wat het nodig heeft. Overigens kunnen leerlingen een medium arrangement toegekend krijgen, zonder in een medium setting te zitten. Het is nl. het afgelopen jaar nauwelijks mogelijk gebleken om Cluster 2 leerlingen geclusterd op één reguliere school te krijgen. Voor dove kinderen met name geldt dat zij zo verspreid over het land zijn dat dat nauwelijks haalbaar is, maar daarnaast speelt ook dat samenwerkingsverbanden die stap niet graag zetten. Een kind kan dus op basis van haar of zijn onderwijsbehoefte wel een mediumarrangement krijgen en toch in zijn eentje op school zitten.
Dat een aantal uren ongebruikt is en de reguliere school minder en vervolgens geen budget krijgt om je dochter te ondersteunen, is eveneens onthutsend. Ook hier weer is duidelijk de onderwijsbehoefte van de leerling niet het uitgangspunt.
Als reactie op je vragen:
- Wij zijn dus niet op de hoogte gesteld door de instellingen.
- De budgetbeperking komt van OCW en de instellingen moeten hun organisatie en de uitvoering van Passend Onderwijs daarop inrichten. In het bericht over de bezuinigingen bij Kentalis staat zwart op wit: "op de kwaliteit van onderwijs en zorg wordt zo min mogelijk ingeboet”. Nou dat klopt dus alvast niet.
- Over wat er met de winsten van Kentalis uit 2012 en 2013 is gebeurd, kan ik weinig vertellen, wel dat er in 2014 3,4 miljoen verlies was op de divisie Onderwijs.
- De teldatum van 2011 is door het ministerie van OCW opgelegd en daar is stevig over ge-heen-en-weerd. Eigenlijk als een soort onderhandelingsstrategie om de Cluster 2 expertise apart bekostigd te houden om de Cluster 2 expertise beter te kunnen borgen (maar daar heb je dus weinig aan als je te weinig geld hebt om dat ook op niveau uit te voeren). FODOK en FOSS vinden ook dat we nu ook richting OCW moeten gaan, maar we zijn van mening dat de instellingen van Cluster 2 ook veel hebben uit te leggen. Dat FODOK en FOSS niets van zich hebben laten horen hierover, komt dus doordat wij niet op de hoogte waren gesteld. Inderdaad bestaan wij dankzij ouders en onze informatievoorziening moet dus voor een belangrijk deel ook van die ouders komen. Daarom zijn wij ook blij met deze signalen. De andere kant is dat wij van de instellingen, met wie wij regelmatig om tafel zitten, ook eerlijke informatievoorziening verwachten. We hebben daarom deze week een crisisoverleg geregeld met de Cluster 2 instellingen en Siméa en geven tegelijkertijd signalen af aan de Tweede Kamer, het ministerie en de Onderwijsinspectie. En dat doen wij omdat wij nog steeds de belangen behartigen van onze achterbannen en omdat wij vinden dat die belangen nu met voeten getreden worden.
Waarmee niet gezegd is, dat we dit probleem van tafel hebben, maar wel dat we ermee aan de gang zijn.
Dank in elk geval voor je signaal, we worden graag verder op de hoogte gehouden en we zullen onze achterban ook op de hoogte houden.
Hartelijke groet,
Mariën Hannink
FODOK
zaterdag 6 juni 2015
Arrangementen cluster 2 vanaf schooljaar 2015/2016
Beste mensen van de Fodok en Simea
Op dit moment worden alle ouders die een kind hebben in het regulier onderwijs met een cluster 2 indicatie geïnformeerd over de drastische korting die volgend jaar gaat plaatsvinden in de arrangementen.Voor mij betekent dit dat ik in mijn arrangement licht + (wat hetzelfde is als medium-, maar dan in een andere benaming) van 284 begeleidingsuren terug ga naar 160 uur. De verdeling wordt 80 uur voor school en 80 voor de cluster 2 instelling in mijn geval Kentalis.
School moet die 80 uur ook daadwerkelijk gebruiken voor begeleiding en mag niets meer gebruiken voor overhead. Kentalis daarentegen mag 35% gebruiken voor overhead. De rest (65%) wordt gebruikt voor daadwerkelijke begeleiding.
Echter uit een mail die Kentalis inmiddels heeft gestuurd naar de scholen staat voor die 80 uur een maximaal bedrag van 3700,- euro. Kentalis rekende zelf afgelopen jaar een uurtarief van 68,- euro. Op die basis is het geen 80 uur maar 54 uur!
De meeste doof-functionerende kinderen hebben een licht+ arrangement. Dit betekent dat mijn situatie ook geldt voor de meeste andere ouders met een doof-functionerende kind. Er zitten nauwelijks kinderen in het mediumarrangement wat Kentalis graag verder wil uitbouwen, dat wil zeggen meerdere dove kinderen op 1 school. Van dat arrangement zullen er bijna geen ouders/ kinderen zijn. Daarnaast zijn er ouders/kinderen met een intensief arrangement maar die zitten allemaal in het speciaal onderwijs op dovenscholen. Deze ouders komen niet in aanraking met Ambulante Dienst en hebben geen zorgen over uren. De dovenschool verzorgt het onderwijs en dat is helemaal doorgecalculeerd. Daar heeft een kind de beschikking over verschillende mensen en hulp.
Goed, terug naar de nieuwe situatie. Wat betekent dit nu in mijn geval. Dit jaar werden de 234 uur als volgt verdeeld: 134 ging naar Kentalis en 150 naar school. Van die 150 uur kon de school dit schooljaar 2 uur per week een NGT-vaardige remedial teacher inhuren om mijn dochter 2 uur RT in haar eigen taal te geven zodat ze het op school allemaal kan bijbenen. Dit nam in totaal 114 uur in beslag. De resterende 36 uren zijn door de school gebruikt voor vergaderingen, rapporten schrijven enz.
Kentalis zou ook een stukje begeleiding op zich nemen. Echter: van de directe begeleidingstijd bleven er 42 uur onbenut. Dit omdat de Ambulante Dienst niet kon komen vanwege tijdgebrek en ook aangaf niet op mijn dochters niveau in NGT te kunnen communiceren. Het geld voor deze uren verdwijnt, zoals Kentalis nu zelf aangeeft, in de grote pot. De uren kunnen niet besteed worden aan mijn dochter.
Aankomend jaar is er nog 80 uur (of eigenlijk 54 uur) over voor de school waar ze de RT juf van kunnen inhuren. Maar er is niet voldoende meer voor 2 uur directe begeleiding per week. Het wordt nu duidelijk minder. Het zal in ieder geval te weinig zijn voor mijn dochter om het reguliere onderwijs nog goed te kunnen blijven volgen. RT vanuit Kentalis kan nog van de uren die ze overhouden van hun 80 uur. Maar ze geven aan dat ze die specifieke begeleiding niet kunnen regelen. Wel kunnen ze bijvoorbeeld komen om het technisch lezen met mijn dochter te oefenen. Een aantal van hun uren, die daarna overblijven, overhevelen naar school doen ze niet.
Mijn RT- juf betalen kan ook niet omdat de 80-80 verdeling strikt is. Dit betekent dat misschien weer een deel ongebruikt uren in de grote pot verdwijnt en wij zelf een deel van de RT uit onze eigen zak moeten gaan betalen.
In het schooljaar 2016/2017 gaan alle 160 uren naar Kentalis. De school krijgt dan geen middelen meer. Er is dan geen mogelijkheid meer om de RT juf in te huren. Of wat dan ook te kunnen doen voor mijn dochter. Kentalis kan de NGT- begeleiding die mijn dochter nodig heeft niet geven. Terug naar een cluster2- school is voor mijn dochter geen optie. Het onderwijsniveau is te laag en de NGT vaardigheden van de leerkrachten zijn onder haar niveau. Mijn dochter functioneert zowel cognitief als sociaal emotioneel prima op school en is hard bezig om haar leeftijdsniveau te benaderen. Met de RT lessen erbij kan ze het onderwijs prima volgen. Dit betekent dat wij vanaf dat schooljaar de kosten voor begeleiding volledig zelf moeten gaan betalen.
Dit is mijn situatie. Echter hoor ik van alle ouders die ik ken, en een cluster 2 kind in het reguliere onderwijs hebben, dezelfde verhalen. Voor kinderen met een SH indicatie met of zonder CI is het nog slechter gesteld. Zij krijgen nog maar een minimaal aantal uren of gaan zelfs al zonder indicatie naar de reguliere school. Hetzelfde geldt voor TOS kinderen.
Mijn vragen zijn:
Middelen LGF
De middelen LGF gaan met de start van Passend Onderwijs per 1 augustus 2014 naar de instelling cluster 2. Het budget is dan niet meer op basis van werkelijke leerlingaantallen maar gefixeerd op het aantal leerlingen op 1 oktober 2011.
Vanwege de ondersteuningsplicht stelt de overheid dat de cluster 2 instelling verantwoordelijk is voor een kwalitatief goede inzet van deze middelen. Als instelling, maar ook als cluster 2, moet hierover verantwoording worden afgelegd. Vanuit dit perspectief heeft de instelling cluster 2 de plicht om de doelmatigheid van de inzet van deze middelen te borgen. Binnen deze kaders is het mogelijk dat de middelen ook ter beschikking worden gesteld aan de reguliere scholen.
Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat Kentalis nu doet alsof ze pas een maand weten wat deze bovenstaande regeling gaat betekenen voor de arrangementen. Cluster 2 heeft de plicht om de doelmatigheid van de inzet van de middelen te borgen, hoe kan dat nu als, in ons geval, 45% van de middelen wegvallen?
Kentalis is ook heel onduidelijk over hoe je bezwaar kan maken. Volgens mijn eigen Ambulante Begeleider moet ik daarvoor bij een regiodirecteur van Kentalis zijn. Op de website van Simea staat hier ook weer een document over "Overzicht: 'Wat als we het niet eens worden?'" hierin staat het volgende met betrekking tot bezwaar:
Landelijke geschillencommissie passend onderwijs: aan deze commissie kunnen ouders een geschil voorleggen over (weigering tot) toelating van een leerling tot het onderwijs van de instelling, verwijdering van een leerlingen van de school of over het OPP. Voor het OPP geldt dat de school waar de leerling staat ingeschreven verantwoordelijk is. Een geschil over de ondersteuning van de instelling in het reguliere onderwijs heeft samenhang met het OPP en dient te worden ingebracht bij de landelijke geschillencommissie, gericht aan het bevoegd gezag van de reguliere school.
Meer informatie is te vinden op www.geschillenpassendonderwijs.nl.
Moeten we hier nu onze bezwaren heen gaan sturen?
Ik ga zelf met mijn school een bezwaarprocedure opstarten. Verder heb ik de Ambulante Dienst gezegd dat ik een kat in het nauw ben geworden en dat die rare sprongen kan gaan maken. Ik heb al gehoord dat ouders die hun specifieke situatie publiekelijk maken door Kentalis op het matje geroepen worden omdat ze niet blij zijn met negatief nieuws over zichzelf in het openbaar. Hoe is het mogelijk dat dit allemaal kan?
Wij -ik en vele ouders met mij- willen graag jullie reactie!!!!
Deze mail zal ook als blog verschijnen omdat ik wil dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om te lezen wat er allemaal gaande is, dat ze weten dat ze niet alleen staan en hopelijk ook van zich gaan laten horen.
Groet,
Jacqueline van den Heiligenberg
Op dit moment worden alle ouders die een kind hebben in het regulier onderwijs met een cluster 2 indicatie geïnformeerd over de drastische korting die volgend jaar gaat plaatsvinden in de arrangementen.Voor mij betekent dit dat ik in mijn arrangement licht + (wat hetzelfde is als medium-, maar dan in een andere benaming) van 284 begeleidingsuren terug ga naar 160 uur. De verdeling wordt 80 uur voor school en 80 voor de cluster 2 instelling in mijn geval Kentalis.
School moet die 80 uur ook daadwerkelijk gebruiken voor begeleiding en mag niets meer gebruiken voor overhead. Kentalis daarentegen mag 35% gebruiken voor overhead. De rest (65%) wordt gebruikt voor daadwerkelijke begeleiding.
Echter uit een mail die Kentalis inmiddels heeft gestuurd naar de scholen staat voor die 80 uur een maximaal bedrag van 3700,- euro. Kentalis rekende zelf afgelopen jaar een uurtarief van 68,- euro. Op die basis is het geen 80 uur maar 54 uur!
De meeste doof-functionerende kinderen hebben een licht+ arrangement. Dit betekent dat mijn situatie ook geldt voor de meeste andere ouders met een doof-functionerende kind. Er zitten nauwelijks kinderen in het mediumarrangement wat Kentalis graag verder wil uitbouwen, dat wil zeggen meerdere dove kinderen op 1 school. Van dat arrangement zullen er bijna geen ouders/ kinderen zijn. Daarnaast zijn er ouders/kinderen met een intensief arrangement maar die zitten allemaal in het speciaal onderwijs op dovenscholen. Deze ouders komen niet in aanraking met Ambulante Dienst en hebben geen zorgen over uren. De dovenschool verzorgt het onderwijs en dat is helemaal doorgecalculeerd. Daar heeft een kind de beschikking over verschillende mensen en hulp.
Goed, terug naar de nieuwe situatie. Wat betekent dit nu in mijn geval. Dit jaar werden de 234 uur als volgt verdeeld: 134 ging naar Kentalis en 150 naar school. Van die 150 uur kon de school dit schooljaar 2 uur per week een NGT-vaardige remedial teacher inhuren om mijn dochter 2 uur RT in haar eigen taal te geven zodat ze het op school allemaal kan bijbenen. Dit nam in totaal 114 uur in beslag. De resterende 36 uren zijn door de school gebruikt voor vergaderingen, rapporten schrijven enz.
Kentalis zou ook een stukje begeleiding op zich nemen. Echter: van de directe begeleidingstijd bleven er 42 uur onbenut. Dit omdat de Ambulante Dienst niet kon komen vanwege tijdgebrek en ook aangaf niet op mijn dochters niveau in NGT te kunnen communiceren. Het geld voor deze uren verdwijnt, zoals Kentalis nu zelf aangeeft, in de grote pot. De uren kunnen niet besteed worden aan mijn dochter.
Aankomend jaar is er nog 80 uur (of eigenlijk 54 uur) over voor de school waar ze de RT juf van kunnen inhuren. Maar er is niet voldoende meer voor 2 uur directe begeleiding per week. Het wordt nu duidelijk minder. Het zal in ieder geval te weinig zijn voor mijn dochter om het reguliere onderwijs nog goed te kunnen blijven volgen. RT vanuit Kentalis kan nog van de uren die ze overhouden van hun 80 uur. Maar ze geven aan dat ze die specifieke begeleiding niet kunnen regelen. Wel kunnen ze bijvoorbeeld komen om het technisch lezen met mijn dochter te oefenen. Een aantal van hun uren, die daarna overblijven, overhevelen naar school doen ze niet.
Mijn RT- juf betalen kan ook niet omdat de 80-80 verdeling strikt is. Dit betekent dat misschien weer een deel ongebruikt uren in de grote pot verdwijnt en wij zelf een deel van de RT uit onze eigen zak moeten gaan betalen.
In het schooljaar 2016/2017 gaan alle 160 uren naar Kentalis. De school krijgt dan geen middelen meer. Er is dan geen mogelijkheid meer om de RT juf in te huren. Of wat dan ook te kunnen doen voor mijn dochter. Kentalis kan de NGT- begeleiding die mijn dochter nodig heeft niet geven. Terug naar een cluster2- school is voor mijn dochter geen optie. Het onderwijsniveau is te laag en de NGT vaardigheden van de leerkrachten zijn onder haar niveau. Mijn dochter functioneert zowel cognitief als sociaal emotioneel prima op school en is hard bezig om haar leeftijdsniveau te benaderen. Met de RT lessen erbij kan ze het onderwijs prima volgen. Dit betekent dat wij vanaf dat schooljaar de kosten voor begeleiding volledig zelf moeten gaan betalen.
Dit is mijn situatie. Echter hoor ik van alle ouders die ik ken, en een cluster 2 kind in het reguliere onderwijs hebben, dezelfde verhalen. Voor kinderen met een SH indicatie met of zonder CI is het nog slechter gesteld. Zij krijgen nog maar een minimaal aantal uren of gaan zelfs al zonder indicatie naar de reguliere school. Hetzelfde geldt voor TOS kinderen.
Mijn vragen zijn:
- Zijn jullie van deze situatie op de hoogte en wanneer laten jullie van je horen wat hier aan de hand is en wat we als ouders moeten gaan doen om hier tegen in verzet te kunnen komen?
- Wie heeft bepaald dat binnen cluster 2 het aantal uren zo drastisch moet worden verlaagd en wat ligt daaraan ten grondslag? En waarom gaat het geld van de arrangementen volledig naar cluster 2 waardoor je als school en ouder totaal geen inspraak meer hebt wat daarmee moet gebeuren? Dit is toch geen passend onderwijs meer. Cluster 2 hebben de totale macht nu in handen en doen wat ze willen met het geld dat voor de kinderen is bedoeld.
- Kentalis geeft aan dat er meer kinderen zijn ingestroomd dan dat ze met de peildatum in 2011 hebben aangegeven en nu dus veel geld te kort komen. Hoe is dit te rijmen met de winsten die ze in 2012 en 2013 hebben gemaakt?
- Als het teldatum inderdaad een knelpunt was voor het kunnen blijven bieden van kwaliteit in Ambulante Begeleiding/ onderwijs, dan zou de verwachting zijn dat zij als instelling opkomen voor de kinderen en bij de ministerie van Onderwijs aan de bel trekken. Dat zou logisch zijn. En het tonen van een goede attitude. In de trant van: wij kunnen deze kinderen met de huidige middelen niet meer ondersteunen hetgeen ze wel nodig hebben. Waarom is Kentalis niet zelf naar ouders gegaan met een gerichte boodschap? En van jullie als FODOK horen wij geen geluid dat er contact is geweest. Dus dan mag er aangenomen worden dat Kentalis ook niet naar jullie is gekomen. Dat betekent dat Kentalis geheel zelfstandig opereert en met niemand communiceert. En blijkbaar wordt dat door FODOK en anderen geaccepteerd. Ik geef al jaren bij ouders aan dat, als we onze belangen behartigd willen zien omtrent onze kinderen, we ons moeten verenigen en dat de FODOK daar een goed instrument voor kan zijn. Een gesprekspartner die uit naam van de ouders de belangen van de ouders kan behartigen in zaken zoals deze. De FODOK heeft, als dat goed is maar daar twijfelen wij nu dus aan, die doelstelling. Het is de bedoeling dat de FODOK achter, voor en naast de ouders staan. En opkomt voor ouders en hun kinderen. Anders zou er geen FODOK bestaan. De FODOK bestaat dankzij ouders. Maar nu vraagt iedereen zich af waar jullie nu zijn want we horen helemaal niets van jullie kant hier over. Waarom is dat? Waarom is het stil? Waarom informeren en/of discussieren jullie niet met ons als ouders over de drastische wijzigingen in de Ambulante Dienst ondersteuning? Veel ouders hebben het gevoel dat ze alleen staan.
Middelen LGF
De middelen LGF gaan met de start van Passend Onderwijs per 1 augustus 2014 naar de instelling cluster 2. Het budget is dan niet meer op basis van werkelijke leerlingaantallen maar gefixeerd op het aantal leerlingen op 1 oktober 2011.
Vanwege de ondersteuningsplicht stelt de overheid dat de cluster 2 instelling verantwoordelijk is voor een kwalitatief goede inzet van deze middelen. Als instelling, maar ook als cluster 2, moet hierover verantwoording worden afgelegd. Vanuit dit perspectief heeft de instelling cluster 2 de plicht om de doelmatigheid van de inzet van deze middelen te borgen. Binnen deze kaders is het mogelijk dat de middelen ook ter beschikking worden gesteld aan de reguliere scholen.
Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat Kentalis nu doet alsof ze pas een maand weten wat deze bovenstaande regeling gaat betekenen voor de arrangementen. Cluster 2 heeft de plicht om de doelmatigheid van de inzet van de middelen te borgen, hoe kan dat nu als, in ons geval, 45% van de middelen wegvallen?
Kentalis is ook heel onduidelijk over hoe je bezwaar kan maken. Volgens mijn eigen Ambulante Begeleider moet ik daarvoor bij een regiodirecteur van Kentalis zijn. Op de website van Simea staat hier ook weer een document over "Overzicht: 'Wat als we het niet eens worden?'" hierin staat het volgende met betrekking tot bezwaar:
Landelijke geschillencommissie passend onderwijs: aan deze commissie kunnen ouders een geschil voorleggen over (weigering tot) toelating van een leerling tot het onderwijs van de instelling, verwijdering van een leerlingen van de school of over het OPP. Voor het OPP geldt dat de school waar de leerling staat ingeschreven verantwoordelijk is. Een geschil over de ondersteuning van de instelling in het reguliere onderwijs heeft samenhang met het OPP en dient te worden ingebracht bij de landelijke geschillencommissie, gericht aan het bevoegd gezag van de reguliere school.
Meer informatie is te vinden op www.geschillenpassendonderwijs.nl.
Moeten we hier nu onze bezwaren heen gaan sturen?
Ik ga zelf met mijn school een bezwaarprocedure opstarten. Verder heb ik de Ambulante Dienst gezegd dat ik een kat in het nauw ben geworden en dat die rare sprongen kan gaan maken. Ik heb al gehoord dat ouders die hun specifieke situatie publiekelijk maken door Kentalis op het matje geroepen worden omdat ze niet blij zijn met negatief nieuws over zichzelf in het openbaar. Hoe is het mogelijk dat dit allemaal kan?
Wij -ik en vele ouders met mij- willen graag jullie reactie!!!!
Deze mail zal ook als blog verschijnen omdat ik wil dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om te lezen wat er allemaal gaande is, dat ze weten dat ze niet alleen staan en hopelijk ook van zich gaan laten horen.
Groet,
Jacqueline van den Heiligenberg
zaterdag 30 mei 2015
Teken niet te snel de herindicatie voor schooljaar 2016
Op dit moment krijgen wij veel berichten van ouders dat zij van de cluster 2 instellingen al een (her)indicatie voor schooljaar 2015/2016 hebben ontvangen. Er wordt vanuit de instellingen druk uitgeoefend om deze indicatie zo snel mogelijk te tekenen. Echter raden wij ouders aan om de tijd te nemen om de indicaties goed door te lezen en te kijken of de uren die zijn toegekend toereikend zijn voor het kind.
In veel gevallen is het aantal uren namelijk een stuk minder geworden. Een voorbeeld: een ouderpaar kreeg een brief waarin stond dat hun kind terug zou gaan naar 60 uur per jaar in plaats van 170 uur. Dit is forse inkrimping van uren. Met goed nadenken kom je er snel achter dat bij 60 uur op jaarbasis er heel weinig overblijft voor daadwerkelijke begeleiding van het kind. Een groot aantal van deze uren zullen eerst worden gebruikt voor administratieve handelingen en overhead.
Het argument dat de uren minder worden komt voort uit het oogpunt dat het kind zoveel mogelijk zelfredzaam moet worden. Op zich is dat prima. Maar niet als een kind juist door een tekort aan begeleiding in de problemen komt. De kinderen staan centraal. Dat mag nooit aan de kant worden geschoven.
Als de indicatie naar uw gevoel niet klopt, raden wij aan zo snel mogelijk bezwaar te maken om vervolgens opnieuw met school en uw AB in gesprek te gaan. Wellicht lukt het dan om de juiste indicatie voor uw kind te krijgen.
Wij vinden de vervroegde (her)indicaties geen goede zaak. Er zijn al voorbeelden van kinderen die vanuit het SO met een tijdelijke AB in het reguliere onderwijs worden geplaatst. U leest het: tijdelijk. De TAB(Tijdelijke Ambulante Begeleiding)heeft als streven om het kind zo snel mogelijk zelfstandig verder te laten gaan zonder begeleiding.
Verder zal vanaf 2016/2017 het gehele geldbedrag van het arrangement naar de cluster 2 instellingen gaan van waaruit u begeleiding krijgt. De reguliere school krijgt geen geld meer vanuit het arrangement. Als de school de afgelopen jaren het geld gebruikte om begeleiding van buiten de instelling aan te kopen, is dat vanaf 2016/2017 niet meer mogelijk omdat de instellingen het geld niet overhevelen naar de scholen.
Dit betekent dat de reguliere scholen zelf geen middelen meer krijgen om het kind te helpen. Dit geld ligt dan bij de cluster 2 instellingen. Zij zullen voortaan het kind helpen. Maar hoe zit het dan met de school, die misschien wel meer werk doen dan de AB die 1x per week of per 2 weken langskomt. Dit wordt een knelpunt. Tijd, extra hulp, andere materialen aanschaffen vanuit school voor het dove kind is dan dus onbetaald! Is daar mankracht en financiële ruimte voor op de reguliere school?
Er zijn al heel wat ouders die klachten hebben lopen tegen de cluster 2 instellingen. Echt zien de instellingen elke klacht als een incident. Ze nemen geen stappen om de eigen handelingen onder de loep te nemen. Omdat de ouders niet zijn georganiseerd in een officiele oudergroep of MR hoeven de instellingen de ouders ook niet als gesprekspartner te behandelen. Kortom: de ouders hebben geen invloed meer ondanks dat hun kind het middelpunt is. Is dit nu passend onderwijs voor cluster 2 kinderen?
In veel gevallen is het aantal uren namelijk een stuk minder geworden. Een voorbeeld: een ouderpaar kreeg een brief waarin stond dat hun kind terug zou gaan naar 60 uur per jaar in plaats van 170 uur. Dit is forse inkrimping van uren. Met goed nadenken kom je er snel achter dat bij 60 uur op jaarbasis er heel weinig overblijft voor daadwerkelijke begeleiding van het kind. Een groot aantal van deze uren zullen eerst worden gebruikt voor administratieve handelingen en overhead.
Het argument dat de uren minder worden komt voort uit het oogpunt dat het kind zoveel mogelijk zelfredzaam moet worden. Op zich is dat prima. Maar niet als een kind juist door een tekort aan begeleiding in de problemen komt. De kinderen staan centraal. Dat mag nooit aan de kant worden geschoven.
Als de indicatie naar uw gevoel niet klopt, raden wij aan zo snel mogelijk bezwaar te maken om vervolgens opnieuw met school en uw AB in gesprek te gaan. Wellicht lukt het dan om de juiste indicatie voor uw kind te krijgen.
Wij vinden de vervroegde (her)indicaties geen goede zaak. Er zijn al voorbeelden van kinderen die vanuit het SO met een tijdelijke AB in het reguliere onderwijs worden geplaatst. U leest het: tijdelijk. De TAB(Tijdelijke Ambulante Begeleiding)heeft als streven om het kind zo snel mogelijk zelfstandig verder te laten gaan zonder begeleiding.
Verder zal vanaf 2016/2017 het gehele geldbedrag van het arrangement naar de cluster 2 instellingen gaan van waaruit u begeleiding krijgt. De reguliere school krijgt geen geld meer vanuit het arrangement. Als de school de afgelopen jaren het geld gebruikte om begeleiding van buiten de instelling aan te kopen, is dat vanaf 2016/2017 niet meer mogelijk omdat de instellingen het geld niet overhevelen naar de scholen.
Dit betekent dat de reguliere scholen zelf geen middelen meer krijgen om het kind te helpen. Dit geld ligt dan bij de cluster 2 instellingen. Zij zullen voortaan het kind helpen. Maar hoe zit het dan met de school, die misschien wel meer werk doen dan de AB die 1x per week of per 2 weken langskomt. Dit wordt een knelpunt. Tijd, extra hulp, andere materialen aanschaffen vanuit school voor het dove kind is dan dus onbetaald! Is daar mankracht en financiële ruimte voor op de reguliere school?
Er zijn al heel wat ouders die klachten hebben lopen tegen de cluster 2 instellingen. Echt zien de instellingen elke klacht als een incident. Ze nemen geen stappen om de eigen handelingen onder de loep te nemen. Omdat de ouders niet zijn georganiseerd in een officiele oudergroep of MR hoeven de instellingen de ouders ook niet als gesprekspartner te behandelen. Kortom: de ouders hebben geen invloed meer ondanks dat hun kind het middelpunt is. Is dit nu passend onderwijs voor cluster 2 kinderen?
woensdag 20 mei 2015
Huh, waarom gaat dat eigenlijk zo?
Soms gaan dingen lange tijd hetzelfde en ineens denk je: huh, waarom gaat dat eigenlijk zo? Of wellicht komt het omdat ik te veel gehoord heb over informatie-misbruik, bijvoorbeeld misbruik van je burgerservice nummer (identiteitsfraude) of je credit card gegevens (ja ja, ik kijk ook wel eens Tros Radar!). Zo let ik tegenwoordig goed op dat mijn bankpas niet uit het zicht raakt bij het pinnen en dat er niet meer zomaar een kopie van mijn paspoort gemaakt wordt. En vooral dit laatste levert wel eens vervelende situatie op in de praktijk, bijvoorbeeld bij hotels.Ineens bedacht ik: bij het aanvragen van een tolk (rechtstreeks of via tolknet bijvoorbeeld) moet ik een burgerservice nummer doorgeven. Nu hebben tolken een zwijgplicht en ook op de site van tolknet staat dat er privé met de gegevens wordt omgegaan, maar is het echt nodig om het BSN nummer door te geven? Zover ik altijd begrepen heb, is het BSN voor de overheid en de zorg. Ik verwacht niet dat tolk(net) daar thuis hoort. Of vergis ik mij wellicht?
En omdat mijn dochter steeds ouder wordt, wil ik weer graag een themacursus Nederlandse Gebarentaal (NGT) volgen. Voor het volgen van een cursus NGT, kan ik een indicatie aanvragen. Ik heb al eerder een indicatie aangevraagd (en gekregen). Om een indicatie aan te vragen, wordt gevraagd om de volgende gegevens (dan wel daar toestemming voor te verlenen zodat dit kan worden opgevraagd):
- Algemene naam adres woonplaats gegevens
- Gegevens huisarts
- Gegevens zorgverzekeraar
- Verwijsbrief van de huisarts
- Kopie legitimatiebewijs
- Audiologisch gegevens
- Onderwijskundige gegevens.
Zoals hierboven aangegeven mag voor de zorg het BSN nummer gebruikt worden. En het lijkt me ook logisch dat je bijvoorbeeld een verwijsbrief van de huisarts nodig hebt. Echter voor een indicatie voor een gebarentaal cursus zijn dit wel heel veel gegevens (en ik kan me ook niet herinneren dat er voorheen zoveel informatie nodig was). Ter vergelijk, wanneer je wilt dat je kind naar een logopedist gaat, is een verwijsbrief van de huisarts voldoende. En daarnaast hebben we in het verleden ook al een indicatie aangevraagd/gekregen dus waarom is zoveel informatie nodig?
Al met al interessante materie en wellicht zijn er nog veel meer van dit soort voorbeelden als je er langer over nadenkt. Maar om te beginnen zal ik eerst eens bij deze twee voorbeelden wat dieper in de onderwerpen duiken.
Wordt vervolgd!
zaterdag 9 mei 2015
Voor welke taal kies je als je kind doof geboren wordt?
Bij onze dochter werd al binnen enkele dagen na geboorte zware slechthorendheid geconstateerd. Drie maanden na een uitgebreid onderzoek bij een audiologisch centrum kregen we de officiële brief op de mat. Hierin stond: "Uw dochter heeft een zware auditieve beperking". Op dat moment zei het ons allemaal niet zo veel. Wij waren heel druk met: wat is doofheid, hoe gaan we communiceren, hoe zit het met taalontwikkeling, hoe gaat ze straks lezen, naar welke school moet ze?? Enzovoorts. Dat er in haar hoofdje een hersengebied lag wat nog helemaal niet gestimuleerd werd daar waren wij toen helemaal niet mee bezig. Er werd in rap tempo hoortoestellen aangemeten om haar hoorzenuw te prikkelen. Nadat ze een CI had gekregen met 22 maanden, moest ze worden onderdompeld in gesproken taal om haar spraak-/taalontwikkeling op gang te krijgen.
Het auditief systeem zorgt in de hersens voor de verwerking van geluidsprikkels tot bruikbare informatie (zie voor een uitgebreide uitleg http://www.audiologieboek.nl/htm/hfd6/6-2-2.htm) en het visueel systeem zorgt ervoor dat we begrijpen wat we zien. In de periode tot de 2de verjaardag van onze dochter hebben wij één keer wat gehoord over het auditief systeem van dove en vroegdove kinderen. Dit was tijdens een lezing bij de FODOK. Daar werd verteld dat bij deze kinderen de informatieverwerking en de taalontwikkeling misschien heel anders verloopt dan bij horende kinderen en dat het visueel systeem mogelijk een deel van het auditief systeem overneemt ter compensatie .
Hoe ontstaat een zware auditieve beperking?
Het handboek van de Nederlandse vereniging van audiologie zegt het volgende:
(http://www.audiologieboek.nl/htm/hfd8/8-4-1.htm#niveau2 Revisie: 2014)
De invloed van hoorervaringen op de ontwikkeling van het auditief systeem is het grootst tussen 24 weken post conceptie en 18 – 28 maanden na de geboorte. Voor ‘basale’ functies is vroege stimulatie essentieel, voor ‘hogere’ functies is er een langer ‘window of opportunity’. Zodra de mogelijkheid voor een bepaalde ontwikkeling er is moet er adequaat (d.w.z. passend bij de ontwikkelingsleeftijd) gestimuleerd worden. Voor ‘hogere’ functies is meer en geschikte stimulatie waardevol, voor ‘basale’ functies is een minimale prikkeling al voldoende.
Wanneer de kritieke periode niet wordt benut zal ook de spraak-/taalontwikkeling, die sterk afhankelijk is van een goede auditieve taalinput in het eerste levensjaar, ernstig bemoeilijkt worden. De normale spraak- en taalontwikkeling wordt vanaf het zesde levensjaar geleidelijk aan afgesloten.
In de eerste zes levensjaren moet de basis worden gelegd voor een goede taalontwikkeling waarbij een goede auditieve taalinput in het eerste levensjaar van het allergrootste belang is. Een horend kind heeft vanaf 24 weken na de bevruchting tot aan de geboorte de juiste stimulatie gehad voor de ontwikkeling van zijn auditief systeem. Vanaf dag 1 na de geboorte kan het geluiden uit zijn omgeving waarnemen en krijgt het de juiste stimulatie om het auditief systeem verder te ontwikkelen. Ook hoort het gesproken taal direct of indirect uit zijn omgeving waardoor taalontwikkeling op gang komt. Doofgeboren kinderen missen de stimulatie van het auditief systeem tot aan de geboorte. Ook na de geboorte is er geen stimulatie tot men ontdekt dat er iets mis is met het gehoor. Als het kind bij horende ouders wordt geboren mist het vanaf dag 1 taalontwikkeling.
Omdat taalontwikkeling ook prima kan met NGT, zijn wij onmiddellijk begonnen met gebaren nadat bekend was dat onze dochter doof was. Na 8 maanden kwamen de eerste gebaren. Toen ze ruim 1 jaar oud was ging ze 2 ochtenden per week naar een tweetalig peutergroep. Voor de 'onderdompeling' in de Nederlandse taal ging ze drie hele dagen naar een horend gastoudergezin waar ze gewoon tussen horende kindertjes meedraaide. Met 3 jaar ging ze naar groep A van de dovenschool. Omdat ze volgens de testen vanuit het CI team goede hoormogelijkheden had (vanaf 25 dB), kwam ze op school in een groepje met als voer- en instructietaal gesproken Nederlands en waar nodig Nmg.
Helaas ging het toen mis. De juf kon niet vloeiend gebaren en vanwege de hoormogelijkheden moest het allemaal zoveel mogelijk in gesproken Nederlands. Als onze dochter wat gebaarde werd ze niet begrepen. Het gesproken Nederlands met of zonder gebarenondersteuning; daar snapte zij weer niks van. Toen gingen alle alarmbellen af op school. Er werden psychologische testen afgenomen. Er werden observaties gedaan. Er kwamen nog meer hoortesten. Resultaat: er werd niets abnormaals gevonden. Omdat haar hoormogelijkheden zo goed waren, was meer NGT geen optie. De conclusie in het logopedisch verslag was dat er sprake was van een “ondefinieerbare taalstoornis”.
Tja.... Inmiddels hadden wij een Dove linguïstische didacticus in de arm genomen om te kijken hoe het nu stond met de taalontwikkeling in gebaren omdat ze ook thuis steeds minder moeite nam om nog te gebaren. Wel merkten wij dat ze NGT beter begreep dan gesproken taal dus wij bleven doorgaan met gebaren. Omdat ze nu weer in contact was met een “native signing” persoon zagen we gelukkig, na een paar weken, dat de gebarenproductie weer op gang kwam. En dat ook de schoolwerkjes die voorgenoemde meenam haar geen enkele moeite koste.
Na de conclusie in het logopedisch verslag van de dovenschool hebben we onze dochter van school gehaald en is ze met tolken naar het reguliere onderwijs gegaan. Gelukkig ging de Dove linguïstische didacticus mee als RT juf om de gaten in informatie, die kunnen ontstaan als er met tolken wordt gewerkt, in te vullen. Immers: tolken zijn geen moedertaalgebaarders. Onze dochter is dat wel. Daarnaast zijn sommige alternatieve leerstrategieen beter voor de leerontwikkeling van dove kinderen. Het is belangrijk om deze aan te bieden ook al zit onze dochter op een reguliere school. Met deze aanpak kon ze uiteindelijk haar inhaalslag maken. Ze draait nu op niveau mee.
Wat is hier nu aan de hand?
Er waren goede hoormogelijkheden. Maar ons begon op te vallen dat haar spraak-/taalontwikkeling in de gesproken taal niet zo snel ging als alle deskundigen ons hadden verteld. De taalontwikkeling in gebaren ging gestaag door. Thuis had ze via Engelse tvkanalen ook toegang tot kinderprogramma’s waar Engelse gebaren werden gebruikt. Dat ging erin als gesneden koek. Onze conclusie was daarom: hier is geen sprake van een taalstoornis.
CI technisch gezien was alles goed. Haar slakkenhuis was geschikt voor CI, de gehoorzenuw reageerde adequaat na aansluiting en tijdens alle hoortesten deed ze het uitermate goed. Toch bleven, spraak-/taalontwikkelingstesten in gesproken Nederlands ver beneden niveau. Hoe zat het nu verder met haar auditief systeem? In hoeverre was dat misschien overgenomen door het visuele systeem? En: als het auditief systeem zoveel kritische momenten in ontwikkeling heeft gemist, is dit dan achteraf nog in te halen met een apparaat wat zeker niet de kwaliteit van stimulatie geeft gelijk aan een normaal horend oor? Het blijft een zwarte doos in het hele traject waar weinig over wordt gepraat maar wat wel cruciaal is! Zeker qua taalontwikkeling en qua keuzes die wij daarin maken voor ons doofgeboren kind!
Het CI van onze dochter werd 1 maand voor haar 2de verjaardag geactiveerd. Ze had toen eigenlijk al heel wat kritische ontwikkelmomenten gemist. Momenteel worden de meeste doofgeboren/ vroegdove kinderen dubbelzijdig geïmplanteerd, maar dit is nog steeds na enkele zeer kritische ontwikkelmomenten van het auditief systeem die weer van belang zijn voor een goede taalontwikkeling via gesproken taal.
Vaak wordt gezegd door bijvoorbeeld CI teams, logopedisten enzovoort dat gebaren de gesproken taalontwikkeling in de weg staat.
Maar hoe weten wij nu welke voorkeur de hersens van onze dove kinderen hebben als het gaat om taalontwikkeling? Gaat dit, via het auditieve- of het visuele systeem? Misschien is het een combinatie van de twee of wisselen ze elkaar af? Ook wordt vaak gezegd dat het kind al snel kiest voor gesproken taal. Maar wat is het niveau van gebarentaal wat hem wordt aangeboden? Dat is cruciaal namelijk. Naast taalontwikkeling maakt het kind nog veel meer ontwikkelingen door en wil het aan alle kanten bewust maar ook onbewust informatie tot zich nemen. Als het aanbod in de gebaren heel beperkt is en hij/zij het grootste gedeelte van zijn/haar informatie uit de gesproken taal moet halen is het misschien logisch dat zijn /haar voorkeur naar gesproken taal zal gaan. Kan je er dan automatisch van uitgaan dat dit leidt tot een optimale taalontwikkeling? Dat is de vraag. Daar komt nog bij dat het kind enorm wordt aangemoedigd en beloond als het praat. Als het gebaart, zeker in het begin zullen wij als horende ouders dat niet eens herkennen, laat staan belonen. Eigenlijk stimuleren wij daarmee niet de taalontwikkeling van ons kind, iets wat wij zo graag willen. Bepaalde kansen blijven daardoor, onbedoeld, liggen.
Daarom moet zeker de eerste 6 jaar (want dan vindt de spraak- en taalontwikkeling in de hersens plaats) beide talen zowel het Nederlands als NGT op gelijkwaardig niveau worden aangeboden!
Het auditief systeem zorgt in de hersens voor de verwerking van geluidsprikkels tot bruikbare informatie (zie voor een uitgebreide uitleg http://www.audiologieboek.nl/htm/hfd6/6-2-2.htm) en het visueel systeem zorgt ervoor dat we begrijpen wat we zien. In de periode tot de 2de verjaardag van onze dochter hebben wij één keer wat gehoord over het auditief systeem van dove en vroegdove kinderen. Dit was tijdens een lezing bij de FODOK. Daar werd verteld dat bij deze kinderen de informatieverwerking en de taalontwikkeling misschien heel anders verloopt dan bij horende kinderen en dat het visueel systeem mogelijk een deel van het auditief systeem overneemt ter compensatie .
Hoe ontstaat een zware auditieve beperking?
Het handboek van de Nederlandse vereniging van audiologie zegt het volgende:
(http://www.audiologieboek.nl/htm/hfd8/8-4-1.htm#niveau2 Revisie: 2014)
De invloed van hoorervaringen op de ontwikkeling van het auditief systeem is het grootst tussen 24 weken post conceptie en 18 – 28 maanden na de geboorte. Voor ‘basale’ functies is vroege stimulatie essentieel, voor ‘hogere’ functies is er een langer ‘window of opportunity’. Zodra de mogelijkheid voor een bepaalde ontwikkeling er is moet er adequaat (d.w.z. passend bij de ontwikkelingsleeftijd) gestimuleerd worden. Voor ‘hogere’ functies is meer en geschikte stimulatie waardevol, voor ‘basale’ functies is een minimale prikkeling al voldoende.
Wanneer de kritieke periode niet wordt benut zal ook de spraak-/taalontwikkeling, die sterk afhankelijk is van een goede auditieve taalinput in het eerste levensjaar, ernstig bemoeilijkt worden. De normale spraak- en taalontwikkeling wordt vanaf het zesde levensjaar geleidelijk aan afgesloten.
In de eerste zes levensjaren moet de basis worden gelegd voor een goede taalontwikkeling waarbij een goede auditieve taalinput in het eerste levensjaar van het allergrootste belang is. Een horend kind heeft vanaf 24 weken na de bevruchting tot aan de geboorte de juiste stimulatie gehad voor de ontwikkeling van zijn auditief systeem. Vanaf dag 1 na de geboorte kan het geluiden uit zijn omgeving waarnemen en krijgt het de juiste stimulatie om het auditief systeem verder te ontwikkelen. Ook hoort het gesproken taal direct of indirect uit zijn omgeving waardoor taalontwikkeling op gang komt. Doofgeboren kinderen missen de stimulatie van het auditief systeem tot aan de geboorte. Ook na de geboorte is er geen stimulatie tot men ontdekt dat er iets mis is met het gehoor. Als het kind bij horende ouders wordt geboren mist het vanaf dag 1 taalontwikkeling.
Omdat taalontwikkeling ook prima kan met NGT, zijn wij onmiddellijk begonnen met gebaren nadat bekend was dat onze dochter doof was. Na 8 maanden kwamen de eerste gebaren. Toen ze ruim 1 jaar oud was ging ze 2 ochtenden per week naar een tweetalig peutergroep. Voor de 'onderdompeling' in de Nederlandse taal ging ze drie hele dagen naar een horend gastoudergezin waar ze gewoon tussen horende kindertjes meedraaide. Met 3 jaar ging ze naar groep A van de dovenschool. Omdat ze volgens de testen vanuit het CI team goede hoormogelijkheden had (vanaf 25 dB), kwam ze op school in een groepje met als voer- en instructietaal gesproken Nederlands en waar nodig Nmg.
Helaas ging het toen mis. De juf kon niet vloeiend gebaren en vanwege de hoormogelijkheden moest het allemaal zoveel mogelijk in gesproken Nederlands. Als onze dochter wat gebaarde werd ze niet begrepen. Het gesproken Nederlands met of zonder gebarenondersteuning; daar snapte zij weer niks van. Toen gingen alle alarmbellen af op school. Er werden psychologische testen afgenomen. Er werden observaties gedaan. Er kwamen nog meer hoortesten. Resultaat: er werd niets abnormaals gevonden. Omdat haar hoormogelijkheden zo goed waren, was meer NGT geen optie. De conclusie in het logopedisch verslag was dat er sprake was van een “ondefinieerbare taalstoornis”.
Tja.... Inmiddels hadden wij een Dove linguïstische didacticus in de arm genomen om te kijken hoe het nu stond met de taalontwikkeling in gebaren omdat ze ook thuis steeds minder moeite nam om nog te gebaren. Wel merkten wij dat ze NGT beter begreep dan gesproken taal dus wij bleven doorgaan met gebaren. Omdat ze nu weer in contact was met een “native signing” persoon zagen we gelukkig, na een paar weken, dat de gebarenproductie weer op gang kwam. En dat ook de schoolwerkjes die voorgenoemde meenam haar geen enkele moeite koste.
Na de conclusie in het logopedisch verslag van de dovenschool hebben we onze dochter van school gehaald en is ze met tolken naar het reguliere onderwijs gegaan. Gelukkig ging de Dove linguïstische didacticus mee als RT juf om de gaten in informatie, die kunnen ontstaan als er met tolken wordt gewerkt, in te vullen. Immers: tolken zijn geen moedertaalgebaarders. Onze dochter is dat wel. Daarnaast zijn sommige alternatieve leerstrategieen beter voor de leerontwikkeling van dove kinderen. Het is belangrijk om deze aan te bieden ook al zit onze dochter op een reguliere school. Met deze aanpak kon ze uiteindelijk haar inhaalslag maken. Ze draait nu op niveau mee.
Wat is hier nu aan de hand?
Er waren goede hoormogelijkheden. Maar ons begon op te vallen dat haar spraak-/taalontwikkeling in de gesproken taal niet zo snel ging als alle deskundigen ons hadden verteld. De taalontwikkeling in gebaren ging gestaag door. Thuis had ze via Engelse tvkanalen ook toegang tot kinderprogramma’s waar Engelse gebaren werden gebruikt. Dat ging erin als gesneden koek. Onze conclusie was daarom: hier is geen sprake van een taalstoornis.
CI technisch gezien was alles goed. Haar slakkenhuis was geschikt voor CI, de gehoorzenuw reageerde adequaat na aansluiting en tijdens alle hoortesten deed ze het uitermate goed. Toch bleven, spraak-/taalontwikkelingstesten in gesproken Nederlands ver beneden niveau. Hoe zat het nu verder met haar auditief systeem? In hoeverre was dat misschien overgenomen door het visuele systeem? En: als het auditief systeem zoveel kritische momenten in ontwikkeling heeft gemist, is dit dan achteraf nog in te halen met een apparaat wat zeker niet de kwaliteit van stimulatie geeft gelijk aan een normaal horend oor? Het blijft een zwarte doos in het hele traject waar weinig over wordt gepraat maar wat wel cruciaal is! Zeker qua taalontwikkeling en qua keuzes die wij daarin maken voor ons doofgeboren kind!
Het CI van onze dochter werd 1 maand voor haar 2de verjaardag geactiveerd. Ze had toen eigenlijk al heel wat kritische ontwikkelmomenten gemist. Momenteel worden de meeste doofgeboren/ vroegdove kinderen dubbelzijdig geïmplanteerd, maar dit is nog steeds na enkele zeer kritische ontwikkelmomenten van het auditief systeem die weer van belang zijn voor een goede taalontwikkeling via gesproken taal.
Vaak wordt gezegd door bijvoorbeeld CI teams, logopedisten enzovoort dat gebaren de gesproken taalontwikkeling in de weg staat.
Maar hoe weten wij nu welke voorkeur de hersens van onze dove kinderen hebben als het gaat om taalontwikkeling? Gaat dit, via het auditieve- of het visuele systeem? Misschien is het een combinatie van de twee of wisselen ze elkaar af? Ook wordt vaak gezegd dat het kind al snel kiest voor gesproken taal. Maar wat is het niveau van gebarentaal wat hem wordt aangeboden? Dat is cruciaal namelijk. Naast taalontwikkeling maakt het kind nog veel meer ontwikkelingen door en wil het aan alle kanten bewust maar ook onbewust informatie tot zich nemen. Als het aanbod in de gebaren heel beperkt is en hij/zij het grootste gedeelte van zijn/haar informatie uit de gesproken taal moet halen is het misschien logisch dat zijn /haar voorkeur naar gesproken taal zal gaan. Kan je er dan automatisch van uitgaan dat dit leidt tot een optimale taalontwikkeling? Dat is de vraag. Daar komt nog bij dat het kind enorm wordt aangemoedigd en beloond als het praat. Als het gebaart, zeker in het begin zullen wij als horende ouders dat niet eens herkennen, laat staan belonen. Eigenlijk stimuleren wij daarmee niet de taalontwikkeling van ons kind, iets wat wij zo graag willen. Bepaalde kansen blijven daardoor, onbedoeld, liggen.
Daarom moet zeker de eerste 6 jaar (want dan vindt de spraak- en taalontwikkeling in de hersens plaats) beide talen zowel het Nederlands als NGT op gelijkwaardig niveau worden aangeboden!
Abonneren op:
Posts (Atom)

