donderdag 23 juni 2016

Gebarentaal is dood ?! Is Sign language dead ?!




Gebarentaal is dood ?!

Er zijn wereldwijd instellingen die onderzoek doen naar Gebarentaal, in Amerika is een tweetalig universiteit (American Sign Language & English), maar wat merken ouders en dove kinderen in Nederland van de Nederlandse Gebarentaal (NGT)?
  • Ouders hebben niet de mogelijkheid om een goede gebarencursus op niveau te volgen; of alleen na zeer veel aandringen en overtuigen. Zo wacht groepen ouders reeds anderhalf jaar op een geschikte vervolgcursus. Ondanks alle mails, telefoongesprekken en overleggen is er nog steeds geen zicht of en wanneer een cursus van start gaat.
  • Dove kinderen in het regulier onderwijs krijgen geen les in gebarentaal, er zijn alleen uitzonderingsgevallen bekend
  • Juni 2015 heeft de "Oudergroep van Dove Kinderen" een internationale oproep gedaan voor gebarentaal onderzoek. We hebben slechts 1 (!) 20 jarig oud onderzoeksverslag ontvangen.
 Gebarentaal is dood ?!




Is Sign Language Dead?!

Institutions world-wide do research on sign language, America has a bilingual university (American Sign Language & English), but what do parents and deaf children encounter in the Netherlands regarding Dutch Sign Language?

  • Parents only get the opportunity to take good sign language courses after endless insistence and persuasion. For example a few groups of parents have been waiting for more than one and a half years for a suitable follow-up course. Despite all correspondence, phone calls and meeting it remains unclear if and when a follow up course will start or be given.
  • Except for a few cases, deaf children in mainstream schools are not taught in sign language.
  • June 2015 the "Platform for Parents of Deaf Children" made an international call regarding sign language research. We only received 1 outdated report (20 years old).

Is sign language dead?!



Tekst: Helga Duifhuis
Artwork: Arjenne Fakkel
Translation: Jan Willem van der Mei




vrijdag 10 juni 2016

Als je kan hinkelen mag je de krukken weer inleveren



Het einde van het schooljaar nadert. Kinderen op de basisschool zitten nog te zwoegen op de laatste cito toetsen of zijn net klaar. Voor ouders altijd weer spannend. Meestal weet je het natuurlijk wel. Toch is het altijd mooi meegenomen als er een leuke score uit een toets komt. Dat vinden scholen ook. Scholen met hoge citoscores worden toch gezien als scholen die het goed doen. In elke schoolgids staat de uitstroom van een school gepubliceerd. Dit kan voor ouders meewegen in hun keuze van een basisschool voor hun kind.

Voor leerlingen die tijdens hun basisschool bovengemiddeld presteren zijn er steeds meer mogelijkheden. Bijna elke school heeft tegenwoordig wel een zogeheten “plus-klas” of een extra programma om kinderen die het bovengemiddeld doen, extra te stimuleren.

Hoe zit dat nu met onze dove en slechthorende kinderen? Nou, hier gaat het precies omgekeerd. Natuurlijk zitten ook wij als ouders in spanning te wachten hoe dit jaar gaat aflopen. Maar: eigenlijk hopen we maar dat ons kind niet met zijn hoofd boven het maaiveld komt. Dat heeft namelijk consequenties. Dan stopt de begeleiding vanuit de Cluster2. Immers: het gaat toch goed? En als het goed gaat, is de begeleiding niet meer nodig.

Waarom krijgt een doof/slechthorend kind begeleiding op school? Welke gedachte zit erachter? Is dat bijvoorbeeld omdat hij/zij tijdelijk extra ondersteuning nodig heeft? Met het nadruk op ‘tijdelijk’ als woord. Laten we eens een kijkje nemen hoe dat gaat bij dyslectische kinderen.

Bij dyslexie krijgt een kind gemiddeld een jaar intensieve begeleiding. Hiermee kan het leesniveau behoorlijk opgekrikt worden. Hier heeft het kind de rest van zijn leven profijt van. Verder kan met een dyslexieverklaring extra tijd worden toegekend voor een tentamen, of worden er teksten voorgelezen. Geweldig dat deze mogelijkheden bestaan. Deze kinderen kunnen daardoor misschien wel hoger presteren dan als dat ze anders hadden gedaan. Een belangrijk punt bij dyslexie is dat het op elk mogelijk niveau kan voorkomen. Ook op zeer hoog niveau.

We gaan terug naar doof/slechthorend. Helaas wordt door de begeleiding van een doof/slechthorend kind het kind niet meer horend. Helaas is niet het goede woord misschien. In ieder geval is het een feit. Bij een doof/slechthorend kind houdt de begeleiding in dat de hiaten/gaten in de lesstof, ontstaan door het missen van informatie, worden opgevuld.

Je kunt deze begeleiding zien als de lift die noodzakelijk is voor iemand met een rolstoel. Het kunstbeen voor iemand met maar 1 been. Het braille van een blinde. Of de bril van een kind dat wat minder goed kan zien om toch de schoolbord te kunnen lezen.

Nu zullen sommigen het idee hebben: “Ja, maar het kind heeft toch een CI of hoortoestellen en solo apparatuur? Dat is te vergelijken met de bril of de rolstoel.” Het klopt dat kinderen deze hulpmiddelen hebben. Ondanks dit hoort hij/zij nog steeds niet 100% en ook geen 90% of 80%. Als je in ruis 60% haalt, dan is dat al heel wat. Het betekent ook dat je nog steeds 40% mist. Het onderwijs op een reguliere school voor een doof/slechthorend kind is en blijft sowieso altijd onvoldoende toegankelijk. De extra ondersteuning vanuit cluster 2 is nodig om het onderwijs zoveel mogelijk toegankelijk te proberen maken.

Dan zijn er natuurlijk nog de kinderen met een tolk. Hebben de dove/slechthorende kinderen met een tolk de beste oplossing voor alles 100% toegankelijk maken? Nee. Een tolk geeft een vertaling/interpretatie van wat hij/zij op dat moment hoort. Een tolk geeft geen les en legt niks uit. Ook hierdoor zit er altijd ruis op de lijn. Er gaat informatie verloren.

Als het kind dus aan het eind van het jaar een goede citoscore heeft (of zelfs een bovengemiddelde score) betekent dit: iedereen van de begeleiding heeft zijn/haar werk goed gedaan. Met de gehoorapparatuur, de inzet van de leerkracht en de AB of RT ondersteuning is het dus gelukt om het kind op zijn/haar niveau een cito toets te maken. Dove/slechthorende kinderen worden namelijk niet slimmer (!) door begeleiding. Wel krijgen ze net als horende kinderen volledig toegang tot het onderwijs!

Ik zou wel eens willen zien hoe ouders van horende kinderen zouden reageren als ze aan het eind van het jaar te horen krijgen dat hun kinderen het volgende jaar nog maar halve dagen naar school mag komen. Dit omdat hun kind bovengemiddeld presteert!

Als je de begeleiding van een doof/SH kind op basis van een goede prestatie het jaar erop weghaalt betekent dit dat voor het kind het onderwijs minder toegankelijk wordt. De beperkte toegankelijkheid zou als gevolg kunnen hebben dat ook de prestaties van het kind achteruit gaan. Is dat acceptabel voor een doof/SH kind? Hij/zij heeft toch een beperking? Volgens onderwijsdeskundigen 1 van de meest complexe beperkingen. Met welke maten wordt hier eigenlijk gemeten. Waar houdt het op?

Als het kind vervolgens bovengemiddeld blijft presteren, moet hij/zij dan ook op een gegeven moment de solo-apparatuur inleveren? Of krijgt hij/zij bijvoorbeeld nog maar voor een halve dag tolk ondersteuning in de klas?

Hiermee willen wij weer een oproep doen aan SIMEA om toch opnieuw naar de critera te kijken waarop arrangementen en dus begeleiding wordt afgegeven.

Allereerst: wat is een bovengemiddelde score voor een doof/slechthorend kind? Scoor je dan beter dan PRO of VMBO? Of scoor je hoger dan Gymnasium? Wat betekent het woord ‘bovengemiddeld’ in het beoordelen van een doof/slechthorend kind? Hoeveel is genoeg en dus de maat voor alles wat er boven ligt c.q. bovengemiddeld? Wat is dan volgens Cluster2/SIMEA wel acceptabel scoren om begeleiding te blijven krijgen. Begeleiding die puur inhoudt dat onderwijs toegankelijk wordt waardoor het kind kan werken aan zijn/ haar potentieel. En dat potentieel; daar draait het om bij ieder kind. Wij willen graag zien dat kinderen leren volgens hun potentieel. Dat ze onderwijs krijgen waar ze recht op hebben. Overigens draait de begeleiding niet enkel om het niveau van het kind op te krikken zodat het daar de rest van zijn/haar schoolcarrière profijt van heeft. Elke schooljaar weer moeten er gaten worden opgevuld om ook voor deze kinderen het onderwijs toegankelijk (blijven) te maken.

Bij ondersteuning van DSH kinderen gaat het erom dat het onderwijs voor het kind meer toegankelijk wordt. Als ouder hoop je er vervolgens op dat hij/zij voldoende presteert zodat hij/zij mee kan komen met de horende ‘norm’. Dat hij/zij verder kan en mag gaan met zijn/haar klasgenoten. Als het hierdoor beter of zelfs bovengemiddeld gaat presteren is dat alleen maar mooi meegenomen. Dat komt niet door extra begeleiding maar gewoon omdat het kind eindelijk zijn/haar potentieel kan laten zien.

Moet je dit dan afstraffen door het onderwijs weer minder toegankelijk te maken? NEE! Net als met andere kinderen die bovengemiddelde presteren moet je dat zien, aanmoedigen en het potentieel op een hogere niveau tillen samen met de begeleiding. De begeleiding is de sleutel naar succes.

dinsdag 7 juni 2016

Slechthorend en de basisschool

Wij hebben van Margje van Leeuwen een artikel ontvangen wat we met jullie mogen delen. Zij is moeder van een slechthorende zoon. Ze vertelt in het artikel over de reguliere school en slechthorendheid.

De Oudergroep krijgt veel mail van ouders van slechthorende kinderen. Zij vallen vaak buiten de boot omdat de slechthorendheid op papier niet ernstig genoeg is om aan de criteria van begeleiding te voldoen. De kinderen zijn meestal de enige op school en ondervinden vaak eenzaamheid en stuitten op onbegrip van andere leerlingen maar ook van ouders. Zeker als ze ouder worden. Doordat de kinderen / ouders niet in aanmerking komen voor begeleiding is de weg om andere ouders met slechthorende kinderen te vinden ook heel lastig. Lees hieronder haar verhaal.

(klik op de plaatjes om het artikel te vergroten)





Omdat het verhaal van Margje niet een losstaand feit is hebben wij Simea gevraagd om ook de criteria van slechthorendheid onder de loop te nemen. Hierbij onze vraag:

...Dan heb ik ook vragen van ouders met slechthorende kinderen. De kinderen hebben vaak net te weinig hoorverlies maar wel bijvoorbeeld aantoonbare leerproblemen door het hoorverlies. Met sommige kinderen gaat het zelfs zo slecht dat ze op het SBO belanden terwijl ze daar helemaal niet thuishoren. Lijkt ons helemaal in strijd met passend onderwijs!!!...

Het antwoord van Simea:

Het is aan het samenwerkingsverband om te bepalen welke scholen zij geschikt vinden voor leerlingen met ondersteuningsvragen. Sommige samenwerkingsverbanden vinden dat leerlingen zoveel mogelijk op de basisschool moeten blijven, andere samenwerkingsverbanden maken de keus om kinderen met ondersteuningsvragen op SBO locaties op te vangen omdat daar meer ondersteuning voor handen is. Als je bedoeld dat de leerlingen op een lager niveau onderwijs krijgen dan ouders passend vinden, is het aan de ouders om het niet eens te zijn met de school over het OPP van hun kind. Scholen kunnen consultatie en advies aanvragen bij de instelling om na te gaan hoe de leerling het beste te ondersteunen is en welke extra ondersteuning er vanuit het samenwerkingsverband gegeven kan worden. De medewerker van de instelling kan altijd vinden, op grond van de ernst van de onderwijsbehoefte en de grote ondersteuningsvragen van de school of er niet toch meer inzet vanuit de instelling gegeven zou moeten worden.
De instellingen hebben de criteria overgenomen zoals die golden tijdens het systeem van het rugzakje. In de veranderingen die er zijn doorgevoerd en de onduidelijkheden van passend onderwijs, had het wijzigen van criteria alleen nog maar meer verwarring opgeleverd. Nu er steeds meer en beter samen gekeken gaat worden naar wat heeft deze leerling nodig en wie kan dat het beste bieden…. Gaan we ook wel kijken naar onbedoelde effecten in de criteria. Zo zijn er recent al twee wijzigingen doorgevoerd. Voorlopig geldt de gang van zaken zoals ik hierboven heb aangegeven. 

Wat Margje in haar artikel al aangeeft is dat er zo weinig kennis is op reguliere scholen rondom slechthorendheid. Mijn vraag aan Simea ging dan voornamelijk over leerproblemen die kunnen ontstaan, maar er zijn nog zoveel meer dingen waar rekening mee gehouden moet worden. Door alleen naar een audiogram en een cito uitslag te kijken ga je daar helemaal aan voorbij. Maar het kan je schooltijd heel onaangenaam maken en je ontwikkeling schaden.




zondag 29 mei 2016

Persbericht, 28 mei 2016 LeesVertelwedstrijd 2016 overtreft alle verwachtingen!

Op 28 mei vond de spannende finale plaats van de Nationale LeesVertelwedstrijd 2016, dé talentenjacht voor dove en slechthorende kinderen. Tien finalisten streden in theater de Meervaart om de titel ‘Superster Verhalenverteller 2016’. Doven, slechthorenden én horenden kwamen uit het hele land om hun favoriet aan te moedigen. Na een meeslepende show werd de winnaar van de titel bekend gemaakt door de jury: Amy Stoel uit Zaandam. Paul van Loon reikte de prijzen uit.


Alle bezoekers van de LeesVertelwedstrijd werden in stijl ontvangen. Voor de deuren van het theater stond een limousine, de rode loper lag uit en alle namen van de finalisten waren af te lezen op Hollywood sterren. Zodra de bezoeker binnenkwam was er rondlopend entertainment, feestelijk geklede hostesses en een scala aan activiteiten in de foyer. De toon was gezet! Vanaf dat moment was alles in stijl: de theatershow was verpakt in een hilarische Hollywood filmproductie, de finalisten droegen hun boek voor in gebarentaal tussen filmische decorstukken en de prijsuitreiking deed niet onder voor een Oscar uitreiking.


Het publiek ging uit hun dak toen Amy de eerste prijs won. Maar ook toen Casey Goos uit Winschoten en Kiki Hagoort uit Hendrik-Ido- Ambacht de tweede en derde prijs wonnen. Alle andere finalisten, en ook de kinderen die meededen aan de theatershow ontvingen prijzen van Paul van Loon. Daarnaast werden er dankwoorden uitgesproken voor presentatoren, de jury en uiteraard de vele vrijwilligers die deze LeesVertelwedstrijd mede mogelijk maakten. Als klap op de vuurpijl kreeg de organisatie 125Procent, die de LeesVertelwedstrijd organiseerde, het keurmerk ‘doofvriendelijk’ uitgereikt voor hun prestaties voor de dovengemeenschap.


Waarom de LeesVertelwedstrijd?
Voor dove en slechthorende kinderen is lezen een pittige opgave. De schrijftaal begrijpen is lastig als je de taal niet kunt horen. Daarbij heeft gebarentaal een andere woordvolgorde dan de gewone schrijftaal. Het is dus extra moeilijk om een tekst in schrijftaal voor te dragen in gebarentaal. Daarom stimuleert de LeesVertelwedstrijd de vertelkunst in de gebarentaal.





donderdag 12 mei 2016

Verslag tweede ronde tafelgesprek 13 april 2016 Locatie Kentalis Zoetermeer

Aanwezig:
Kentalis AD(ambulante dienst),
Simea,
Fodok,
Hoormij
Oudergroep; Jacqueline van den Heiligenberg, Helga Duifhuis en Arjenne Fakkel.

(Klik hier voor het verslag van het eerste ronde tafelgesprek gesprek van 8 januari).

We beginnen het overleg met koek, vieren dat de tweede kamer het verdrag voor de rechten van de mens eindelijk heeft geratificeerd en dat Arjenne en Jacqueline zitting hebben genomen in de L-MR Zoetermeer en de R-MR west. ( de gratis advieszetel binnen de MR van de cluster 2 instelling voor ouders van dove/ sh/tos kinderen binnen het reguliere onderwijs. Er zijn nog zetels open! Geef je op en laten we elkaar op de hoogte houden wat er speelt.)

Inzet van dit tweede gesprek is o.a.de ambulante begeleiding die de cluster 2 instellingen kunnen bieden te inventariseren en uit te schrijven en een vorm te bedenken om deze informatie toegankelijk te maken voor ouders en leerlingen, scholen en AD.

Op de agenda staan onder andere de volgende punten:

  • Oudergroep: doet verslag van wat ze heeft gedaan van 8 januari tot nu
  • Kentalis/Simea: Wat hebben Simea en de Ambulante Begeleiding gedaan afgelopen periode  
  • Arjenne Fakkel: onze bijdrage voor de menukaart,
  • Helga Duifhuis: Informatiestroom naar ouders en scholen,
Oudergroep: doet verslag van wat ze heeft gedaan van 8 januari tot nu.
Na aanleiding van het vorige gesprek heeft de oudergroep een een oproep gedaan en een bijeenkomst georganiseerd om ouders te horen die problemen ondervonden met de arrangement. Dit heeft geleid tot 17 casus waar het niet goed ging. De oudergroep heeft de afgelopen periode geprobeerd ouders zo veel mogelijk te informeren hoe ze wel de juiste begeleiding kunnen krijgen voor hun kind. Weer blijkt dat zowel ouders als professionals niet goed weten hoe het nou allemaal werkt met passend onderwijs en wat de mogelijkheden zijn. 

Kentalis/Simea: Wat hebben Simea en de Ambulante Begeleiding gedaan afgelopen periode 
Simea en ambulante dienst kentalis zijn begonnen met het maken van een stramien waarbinnen informatie gedeeld kan worden. Voorwaarden waar deze aan moet voldoen en werkgroepen die deze moeten opzetten en begeleiden. Namen zijn genoemd en mensen worden komende periode gezocht en benaderd.

De vorm, zo komen we gezamenlijk tot de conclusie, moet een toegankelijke, goed leesbare en makkelijk vindbare website worden. Die zal gebouwd moeten worden en dat kost tijd. De oudergroup verwacht dat een site wellicht kosten met zich meebrengt maar dat dit uiteindelijk wellicht goedkoper is omdat er meer duidelijkheid is en er minder overleg/mail/telefoon gesprekken nodig zijn omdat er behoefte is aan meer informatie.

Simea laat weten dat alles wel even tijd kost. Om zo snel mogelijk toch met iets van start te kunnen wordt besloten dat een pilot site geplaatst zal worden binnen een bestaande website van simea/ kentalis? Via educatieve diensten zal de ambulante dienst nog meer begeleidingsmogelijkheden verzamelen en bundelen.

Ook de Checklist van de Fodok voor onderwijsmedewerkers cluster 2 zal worden meegenomen.
Een te vormen redactie zal de informatie gaan rubriceren en verdelen. Doorklikmogelijkheden naar diepere informatie zal worden gemaakt.

Eind mei zal Simea/ AD kentalis ons op de hoogte stellen van de voortgang en na de zomervakantie zal het projectvoorstel definitief zijn en goedgekeurd en al tot uitvoering worden overgegaan.
De informatie zal beschikbaar en toegankelijk zijn vanaf eind 2016.

Wij zijn hier heel blij mee want het zal vaagheid, ongelijkheid en willekeur tegengaan.
Iedereen kan dan op elk moment een overzicht kunnen lezen van relevante begeleidingsmogelijkheden van alle cluster 2 instellingen, Kentalis, Auris, Vitus zuid en Viertaal.
Het zal geen statische informatie zijn maar de bedoeling is dat het een levende stroom aan informatie zal zijn.
Wanneer u lezer nog meer informatie heeft en deze wil delen heel graag! Mail naar oudergroepvandovekinderen@gmail.com.
Wordt vervolgd dus : )

Arjenne Fakkel: onze bijdrage voor de menukaart
De afgelopen periode hebben wij zelf nagedacht over wat nodig kan zijn bij de begeleiding voor dove / sh kinderen. Het is een hele lijst geworden. Wij noemen het een menukaart. Men vond dat niet zo'n goede naam omdat toch af en toe wordt gedacht dat ouders alles gaan kiezen. Onze ervaring is dat ouders niet veel maar vooral goede en passende begeleiding willen en dat moet je ze toch over alle mogelijkheden informeren.
Klik hier voor de lijst. (We hebben hem even op een aparte pagina gezet zodat hij afzonderlijk uitprintbaar is. Als hij definitief is komt hij als vaste pagina op de site.)

Helga Duifhuis: Informatiestroom naar ouders en scholen
Helga sprak vervolgens over de informatiestroom van de verschillende ambulante diensten naar ouders die minimaal is en nog veel verbeterd kan worden. Ouders moeten eerder en beter geïnformeerd worden waardoor een hoop onrust kan worden voorkomen. En mogelijk zijn sommige zaken nog niet 100% duidelijk of besloten dan is het toch goed om hierover te communiceren.

Extra punt kwam van Simea met betrekking tot de herindicatie. Het is voor ons even op papier gezet.

Voorheen kreeg je de indicatie voor en rugzak voor drie of vier jaar en moest je standaard na die tijd weer een dik pak papier aanleveren voor de herindicatie en dan was de uitkomst alles of niets ( het is jullie meer dan bekend) 

In de huidige systematiek gaat het om het bieden van ondersteuning op maat, passend bij de onderwijsbehoefte van dit kind en de ondersteuningsvraag van de school. Wettelijk moet voor ieder kind die extra ondersteuning nodig heeft een ontwikkelingsperspectief worden opgesteld. Hieraan gekoppeld hoort een handelingsdeel wat jaarlijks geëvalueerd moet worden. Dit is de verantwoordelijkheid van de school. Jaarlijks moet de school in overleg met de ouders en de medewerker van de instelling ( in het geval de leerling extra ondersteuning krijgt van de instelling) nagaan: hebben we de doelen die we gesteld hadden gehaald? is de extra ondersteuning aan de leerling voldoende, is de onderwijsbehoefte veranderd, zijn ondersteuningsvragen van de school veranderd? Waar werken we het volgend jaar aan, wat is dan belangrijk, op welke wijze moet de extra ondersteuning worden ingezet? 
Eigenlijk wordt dus jaarlijks het handelingsdeel van het onderwijsarrangement geëvalueerd en bijgesteld en wordt jaarlijks de vraag gesteld; "Is de ondersteuning voor dit kind nog op maat?" 
Dit is ook zoals de instellingen steeds hebben aangegeven te willen werken, een toegekend onderwijsarrangement is niet in beton gegoten en is geen vaststaand pakket. Het geeft alleen een bandbreedte aan van de zorgzwaarte van de leerling. De ondersteuning wordt voor ieder kind op maat gemaakt in overleg met de school, de ouders en de leerling. En steeds houd je samen de vinger aan de pols: Is het nog op maat wat we doen? Zo hoort passend onderwijs te zijn. 

En hoe zit het met de herindicaties? Want dat was en is een bron van grote irritatie. Steeds weer opnieuw de hele mikmak aanleveren. De herindicaties zijn ook in het nieuwe systeem terecht gekomen. De CvO's kennen een onderwijsarrangement toe voor een bepaalde duur. De CvO's hebben wettelijk de taak om na te gaan of de leerling die ondersteuning van de instelling krijgt daar ook inderdaad voor in aanmerking komt. Maar de herindicatie moet natuurlijk geen papieren tijger zijn ( want dat was het in het oude systeem) en veel tijd van ABers, ouders en scholen vragen die niet efficiënt is. Van dat systeem willen we allemaal af. De instellingen zijn nu gezamenlijk aan het nagaan hoe de herindicatie zonder ballast kan worden ingericht. Vitus Zuid gaat dit in de praktijk brengen, zij doen dit als volgt: 

Vitus Zuid stelt: jaarlijks evalueren we het handelingsdeel van het OPP ( zie hierboven), bij deze evaluatie tussen school, ouders en de medewerker van de instelling, hoort ook dat je nagaat of er nog onderzoek nodig is. 
In wezen herindiceer je dus jaarlijks maar je doet dit op een manier die past in het nieuwe systeem. Herindicaties zijn geen papieren tijgers meer en je hoeft niet steeds opnieuw informatie aan te leveren die wel duidelijk is... Als er geen reden is tot twijfel of er is geen onderzoek nodig om te weten wat er volgend jaar voor deze leerling nodig is aan ondersteuning, dan doe je het dus ook niet! Vitus Zuid en de andere instellingen zullen nagaan of dit inderdaad ook het beoogde effect heeft. 

Landelijk stemmen de instellingen de ervaringen van Vitus Zuid goed af en wordt op dit moment ook door de andere instellingen nagegaan hoe de herindicatie procedures eenvoudiger en minder belastend kunnen worden. Daar wordt serieus werk van gemaakt, want het is ieder een doorn in het oog hoeveel tijd en rompslomp het met zich meebrengt. Het is uiteindelijk de bedoeling dat de instellingen allemaal op een zelfde  manier zullen omgaan met de herindicatie "nieuwe stijl". Het is nog niet helemaal duidelijk hoe dat er uiteindelijk uit zal komen te zien. De ervaringen die Vitus Zuid nu opdoet geven in ieder geval wel belangrijke informatie. 

Lijkt positief maar zoals altijd blijft de oudergroep alert!

Al met al zeker weer een interessante en belangrijke bijeenkomst.
We lijken voorzichtige stappen te zetten in de goede richting.
Maar we zijn er nog lang niet. En dan zijn dit nog maar een paar praktische aspecten. De overkoepelde visie dove/ sh kinderen binnen passend onderwijs en welke voorwaarden zijn wezenlijk, moet wat ons betreft heel helder vertaald worden naar de alledaagse werkelijk binnen de schoolklas, en het opgroeiende kind.  Dus eerst moet er antwoord komen op de vraag, wat is die visie eigenlijk?

We blijven jullie op de hoogte houden.

Hebben jullie op of aanmerkingen of wil je zelf een bijdrage leveren voor bijvoorbeeld de menukaart mail naar oudergroepvandovekinderen@gmail.com

Vriendelijke groet Arjenne, Helga en Jacqueline